Rek in werelderfgoed

Een sauna in het oude fort, een snelweg dwars door het grid en een kaasfabriek op twee kavels aan de rand. De Unesco-werelderfgoedpolder Beemster is bepaald niet ongewijzigd de moderne tijd ingegaan. Is dat erg?

De CONO kaasfabriek in de Beemster (foto Millad Palesh)

Is het landschappelijk werelderfgoed figuurlijk in steen gehouwen, of is dat niet vol te houden en misschien zelfs niet eens wenselijk. De consensus in erfgoedveld neigt naar het tweede, maar met mate. Waar ligt die grens?
Bastiaan Jongerius, architect van de Cono kaasfabriek – alom geroemd vanwege zijn zorgvuldige inpassing in De Beemster – zoekt het antwoord in de uitvoering: ‘Landschap is in ontwikkeling, het moet vitaal blijven. Zorg wel dat elk voorstel een verbetering is ten opzichte van de bestaande situatie.’
Ook planoloog Peter Paul Witsen, als lid van het kwaliteitsteam nauw betrokken bij De Beemster, benadrukt het belang van het ontwerp. ‘Het laadvermogen van werelderfgoed groeit door ruimte voor ontwerp, met zoeken hoe het nieuwe programma het best past’.
Naar aanleiding van de casus Beemster organiseerde Mooi NoordHolland in samenwerking met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit onlangs een minisymposium over de vraag hoe de wens tot dynamische ontwikkeling van monumenten en de opdracht tot behoud van uniek erfgoed te verzoenen.  Niet in De Beemster zelf maar ook bijzonder, in de genieloods bij Fort Vijfhuizen, onderdeel van werelderfgoed De Stelling van Amsterdam.

Moderne molens
Een van de manieren om de grens te traceren is het uitvoeren van Heritage Impact Assessment (HIA), een onderzoek naar de effecten van bouwplannen op het erfgoed. Bekend is het HIA naar de bouw van windturbines bij werelderfgoed Kinderdijk. Geredeneerd vanuit de moderne monumentengedachte - Behoud door Ontwikkeling - zouden moderne molens prima op hun plek zijn naast de oude molengang. Op papier zeker, maar in de werkelijkheid zeker niet. Uitslag van de HIA was dat de moderne windmolens het achttiende-eeuwse landschap te zeer zouden aantasten. De Outstanding Universal Value van Kinderdijk is juist het landschappelijk geheel. HIA’s naar andere aanpassingen in Kinderdijk, zoals een nieuw entreezone, dijkversterking en Natura 2000 inrichting, zijn wel positief afgesloten, want de wijzigingen zijn geen aantasting maar een aanwinst voor Kinderdijk.
De HIA werkt om de werelderfgoedwaarde te beschermen, concludeert landschapsarchitect Loes van der Vegt, maar je moet het instrument vroeg inzetten, direct bij het formuleren van het programma van eisen.

Omgevingswet
De vraag is in hoeverre de aanstaande Omgevingswet soelaas kan bieden. De wet is aangenomen (onlangs is de invoering uitgesteld naar 2019) en komende maand worden de vier grote Algemene maatregelen van Bestuur, waarin de algemene regels van de nieuwe wet zijn vervat, verder ingevuld. Verheugend, zegt Flip ten Cate van de Federatie, is in ieder geval dat het werelderfgoed hier voor het eerst als aparte categorie wordt opgevoerd. Het rijk schrijft de kernkwaliteiten van werelderfgoed uit, die de basis vormen voor provinciale verordeningen en gemeentelijke regels. De Omgevingswet is als geheel minder gericht op regels en normen, meer op overleg en afweging van waarden. Dus dan moeten die waarden, in dit geval van het werelderfgoed, uitstekend en werkbaar beschreven zijn.

Details zijn gevaarlijk
De kernkwaliteiten van elk werelderfgoed zijn, vaak in abstracte bewoordingen omschreven in de Outstanding Universal Values (OUV), een eis die de UNESCO stelt aan nominatie tot werelderfgoed. Enerzijds maar goed ook, want als je te veel in detail treedt, loop je het gevaar van pragmatisch redeneren: dit is niet verboden, dus het mag.
Anderzijds legt een abstracte formulering te weinig verband met de dagelijkse werkelijkheid en bestaat de kans dat er telkens een beetje van het erfgoed wordt afgeknabbeld. De Stelling van Amsterdam is een ingenieus waterhuishoudkundig geheel, maar ondertussen wordt er hier een sluisje afgebroken, daar een stal uitgebreid etc. Hoe houd je dat tegen?

Over een ding is iedereen het eens: hoe beter de buren, de inwoners en de bestuurders de verhalen achter de werelderfgoederen kennen, des te beter deze beschermd kunnen worden. Draagvlak, dus, en educatie. Want, vraag tien mensen naar de werelderfgoederen in Nederland, en negen zullen noemen: de Zaanse Schans, de Veluwe. Ook mooi, maar geen werelderfgoed.

Marijke Bovens


Dit artikel verscheen in de Nieuwsbrief van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit

U kunt zich op de Nieuwsbrief abonneren

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

  • Jaarverslag 2019Jaarverslag 2019

    2019 was onder meer het jaar van werkbezoek van minister Ollongren aan onze Federatie. En we richtten de focus op de culturele daad die het bouwen aan een duurzame toekomst vooral óók is.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit