Lang leve architectonische kwaliteit


Tjeerd Dijkstra (foto Menghua Prisse)

Voor Tjeerd Dijkstra is er als oud-supervisor van de IJ-oevers - een hoogtepunt in zijn loopbaan - geen betere plek dan het Bimhuis, in het hart van die IJ-oevers, om zijn verjaardag (85) te vieren.

De Stichting Bonas maakte bekend een monografie over het oeuvre van de oud-rijksbouwmeester uit te brengen met als werktitel ‘Een leven lang op zoek naar architectonische kwaliteit.’ De titel is een verwijzing naar het bekende essay, dat Dijkstra dertig jaar geleden schreef en waar nu een Engelse editie van uitgekomen is.

Stellingen
Zeven befaamde architecten spraken op het middagsymposium (18 mei), elk over een van de aspecten van architectonische kwaliteit, die Dijkstra identificeerde in zijn gelijknamige essay, in relatie tot hun eigen werk. Van de zeven zijn er vier, die als rijksbouwmeester tot de opvolgers van Dijkstra behoren.
Dijkstra schreef het essay op verzoek van de Rijksgebouwendienst om medewerkers en klanten van de dienst inzicht te geven in zijn overwegingen bij het beoordelen van bouwplannen. De criteria en stellingen die hij in 1985 formuleerde, sloegen aan in de beroepsgroep en hebben hun weg gevonden naar menig welstandsnota.
Hij baseerde zijn teksten over vorm, functie en constructie, over object en context, helderheid en complexiteit, associatieve betekenissen en architectonische middelen als licht en maat, op zijn eigen praktijk.

Opluchting
Als rijksbouwmeester (1979-1986) kon Dijkstra menig beginnend architect een flinke zet in de rug geven, met het doorspelen van kleine rijksopdrachten. In de verhalen van de zeven architecten klinkt de opluchting nog door: eindelijk verlost van die badkamers en keukens.
Opvallend is hoezeer het rijk toen nog in kleine opdrachten grossierde: politiebureaus, grensovergangen, postkantoren, gewestelijke arbeidsbureaus (GAB). Publiek opdrachtgeverschap heeft sindsdien een aardige veer moeten laten.
Wat dat betreft had Dijkstra een voorspellende blik. De laatste zin van zijn essay uit 1985 luidt: ‘Bij het ontwikkelen van het architectuurbeleid gaat het uiteindelijk om de authentieke inzet voor architectonische kwaliteit, juist in een steeds meer door eenzijdige economische competitie gedomineerde maatschappij’.

Grensovergang
Jan Benthem en Mels Crouwel stonden echt aan het begin van hun carrière, toen zij in een brief aan Dijkstra informeerden naar een opdracht van de Rijksgebouwendienst. Benthem: ‘Ik had negen jaar gestudeerd maar was nog nooit op een architectenbureau geweest’. Crouwel: ‘We hadden vooral veel badkamers en keukens gedaan en aan auto’s gesleuteld’.
Tot hun verbazing en opluchting liet Dijkstra hen weten: ‘Ik heb jullie allang op mijn lijstje staan’.
Uit de portefeuille van de RGD vielen hen de grensovergangen ten deel. Crouwel: ‘Wij tekenden op ruitjespapier en maakten een begroting op een a-viertje. Wij deden alles zelf - heel precies, maar de toezichthouder zei “gelijk is ongelijk in de bouw”, het hoeft niet zo precies hoor.’

 
Jo Coenen (foto Menghua Prisse)

Context
Voor Jo Coenen had Dijkstra een GAB-tje in Tilburg in petto. Een gewestelijk arbeidsbureau zoals er in zo veel steden begin jaren tachtig gebouwd moesten worden. Coenen nam de context zo serieus dat het zijn object dreigde te overvleugelen. Hij laat zien hoe hij niet alleen het gebouw zelf ontwierp, maar dermate lette op de directe en later ook de minder directe omgeving dat het schetsontwerp uitmondde in een ontwerp voor de hele wijk. ‘Alles 0.7 getekend, zo zorgvuldig mogelijk.’
Zonder context, zegt Coenen, heb je een rondzwemmend gebouw. ‘Context is er niet uit te branden, referenties aan historie, integraliteit tot in het kleinste detail.’
Het arbeidsbureau is uiteindelijk niet gerealiseerd; Coenen heeft zelfs nooit voor de RGD gebouwd. Maar hij werd wel rijksbouwmeester (2000-2004).
‘Ik kwam binnen toen het RGD het bouwen over liet aan de markt, het RGD produceerde niet meer. Ik heb vooral als decaan geopereerd en de collega’s van infrastructuur, kunst, erfgoed en landschap erbij gehaald. Om zo het geheel te garanderen en ook Europese invloeden binnen te brengen.’

Baksteen
Zelf is hij er niet, maar in een filmpje gemaakt door Jord den Hollander, vertelt Koen van Velsen over ‘zijn’ station Breda en zijn overwegingen over helderheid en complexiteit.

Helderheid was het minste probleem. De stations stonden ‘vol met troep, commercieel en publiek’. Dat heeft Van Velsen verwijderd. De poortjes van NS heeft hij naar de zijkant verplaatst, zodat de noord-zuidas vrij bleef. De vraag was vooral hoe je zo’n groot gebouw in de omgeving laat passen, zegt Van Velsen. ‘Toen ontdekte ik de kwaliteit van baksteen. Ik heb een eenvoudig idee gemaakt; straten van bakstenen gebouwen, die aansluiten op de bestaande stad’.
Baksteen maakt de geschiedenis zichtbaar’, zegt hij.

 
Liesbeth van der Pol (foto Menghua Prisse)

Referentiebeelden
In elk gebouw klinkt het verleden door, zegt Liesbeth van der Pol (rijksbouwmeester 2008-2011). Bij haar opdracht een depotgebouw te ontwerpen voor het Scheepvaartmuseum op het Marineterrein was ook de associatie met een onderzeeër snel gelegd. Schoonheid kun je behalen door heel goed op iets te studeren. Referentiebeelden precies natekenen, levert ideeën op, zegt zij. Maar je moet, om in de beeldspraak te blijven, wel koers houden. Daarom zegt Van der Pol, ‘mijn advies aan studenten is altijd: als je gaat ontwerpen, leg dan die tijdschriften weg.

Duurzaam
Wie bouwt, neemt plaats in de geschiedenis. Architectonische kwaliteit, zegt Berent Daan namens zijn vader Gunnar Daan, wordt niet alleen in de ontwerpfase duidelijk, maar juist in de tijd. Hoe houdt een gebouw zich als de context opeens verandert? Bijvoorbeeld het Aquaverium in Grou dat Daan bouwde en dat bij oplevering zijn gehele context verloor, toen besloten werd de geplande haven te schrappen. Duurzaamheid definieert Gunnar Daan als geschikt blijken voor nieuwe functies. Daarom beschouwt hij de bol die collega Hubert Jan Henket plaatste op Museum de Fundatie in Zwolle (dat Daan eerder verbouwde) als ‘een bekroning die de geschiedenis van het pand lang zal oprekken. Dat is duurzaamheid, zou ik zeggen.’

Mentale ruimte
Bij verandering van functies van gebouwen zijn ingrepen onvermijdelijk. ‘Voor een architect is het ingewikkeld’, zegt Hubert Jan Henket, ‘want er is niet alleen het handschrift en de architectonische kwaliteit van je voorganger, er is ook jouw vorm en de nieuwe functie die je in moet passen en dan is er ook nog de zone waar deze twee elkaar raken.’

Hij legt uit hoe hij tot zijn ingreep in Museum de Fundatie in Zwolle kwam. Aan het net verbouwde gebouw wilde hij niet komen. De directeur wilde eigenlijk een glazen aanbouw aan de parkzijde, maar dat zou de dubbelzijdige symmetrie van het gebouw verstoren. Waarom gaan we het dak niet op?, dacht Henket. Henket: ‘De grote bol op het dak steunt op acht kolommen door het atrium, verder hebben wij alles in tact kunnen laten.’

Respect, zegt hij is het sleutelwoord. Het beoordelen van de mentale ruimte voor verandering is ingewikkeld. Er is wel een heldere grens: ‘Sommige gebouwen, zoals Zonnestraal, daar moet je van af blijven.’

En hij is niet de enige die er zo ver denkt. In haar afsluitende speech refereert Hedy d’Ancona aan een briefkaart die zij kreeg van Wiek Röling, toen zij minister van Cultuur werd. Er stond één regel op: ‘Je hoeft niets te doen, als je alleen maar Zonnestraal redt’.
Marijke Bovens


Dit artikel verscheen in de Nieuwsbrief van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit

U kunt zich op de Nieuwsbrief abonneren

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2017Jaarverslag 2017

    Veel activiteiten in een productief jaar!

    lees verder

  • Handreiking energietransitie en ruimtelijke kwaliteitHandreiking energietransitie en ruimtelijke kwaliteit

    Isolatie en energieopwekking zullen het aangezicht van Nederland gaan veranderen. We willen voorkomen dat het een rommeltje wordt, omdat we houden van ons land. Aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit voorkomt dat de energietransitie stagneert door gebrek aan draagvlak. Stroomversnelling en Federatie schreven een handreiking voor gemeenten

    lees verder

  • Schetsboek OOKSchetsboek OOK

    Het Schetsboek voor een Omgevingsplan Op Kwaliteit scherpt het denken over dit nieuwe instrument.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit