Duitsers omarmen welstand

De welstandscommissie is geen typisch Nederlands verschijnsel meer. In Duitsland neemt het aantal commissies snel toe. Duitse, Zwitserse, Oostenrijkse en Italiaanse commissies discussieerden in Potsdam over hun Baukultur.

Duitse welstandscommissie inspecteert het stadje Aschau in Beieren (beeld afkomstig van www.muenchenarchitektur.com/)

In 1993 telde heel Duitsland slechts twintig welstandscommissies, in 2003 waren het er veertig, tien jaar later groeide het aantal tot 98 en nu hebben 128 gemeenten een welstandscommissie opgericht. In november kwamen deze Gestaltungsbeiräte voor het eerst in de geschiedenis samen met hun Duitstalige evenknieën uit de buurlanden, tijdens het jaarlijkse Konvent der Baukultur.

De commissies in Duitsland vergaderen vier à zes keer per jaar en behandelen dan een stuk of tien plannen. Wat een verschil met Nederland, waar de eerste ‘schoonheidscommissie’ dateert uit 1889, en waar nagenoeg elke gemeente over een eigen welstandscommissie beschikt. Jaarlijks worden een kleine honderdduizend bouwplannen in Nederland van een welstandsadvies voorzien. Het grote verschil hangt, volgens een commissielid uit Regensburg, samen met culturele achtergrond. In Duitsland ligt inbreuk op persoonlijke vrijheid en eigendom ten gunste van het collectieve belang nog gevoeliger dan in Nederland.

Mentaliteit
De geanimeerde discussies tussen commissieleden uit Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Zuid-Tirol (Italië) waren herkenbaar én verrassend. Het welslagen en de acceptatie van de commissie-inbreng zijn afhankelijk van de mentaliteit en cultuur van de betreffende streek. In het Ruhrgebied en Beieren slaagt men er redelijk in.
Het belangrijkste verschil tussen Nederland en Duitsland is de vrijwilligheid bij de advisering. In Duitsland is niemand verplicht om met zijn plan langs te gaan bij de welstandscommissie. De overheid heeft ook weinig middelen om de ruimtelijke kwaliteit te bevorderen. De keuze is tussen het organiseren van een ontwerpprijsvraag voor een bepaalde locatie, of het overreden van de initiatiefnemer om zijn plan voor te leggen aan de welstandscommissie. Soms is daarbij enige dwang mogelijk. Als er een vergunning nodig is voor het afwijken van het bestemmingsplan, dan kan de gemeente een positief advies van de welstandscommissie als voorwaarde stellen voor het verlenen van planologische medewerking. Maar al met al wordt meer dan negentig procent van de bouwinitiatieven zonder kwaliteitsstimulering gerealiseerd.

Openbaar of niet
De vrijwilligheid is één van de redenen waarom in Postdam een goed deel van de dag gesproken werd over de openbaarheid van de commissievergadering. Wanneer openbaarheid ertoe leidt dat eigenaren en ontwerpers publiekelijk in hun hemd gezet worden, dan laten ze een bezoek aan de welstandscommissie wel uit hun hoofd. De slechte architecten, voor wie het advies het meest heilzaam kan zijn, zullen dan juist niet
naar de commissie komen. Om die reden is in Potsdam onlangs besloten om een eind te maken aan de openbare behandeling van bouwplannen. Andere gemeenten, zoals Freiburg, zweren juist bij openbaarheid. Voor hen is het debat in de commissie van experts op de allereerste plaats een publieke manifestatie. Het laat zien dat de stad zich sterk maakt voor kwaliteit.

Fase 0
Net als in Nederland beschouwen de Duitstalige commissies de betrokkenheid vanaf het allereerste begin phase null als cruciaal. Op dat moment kan de inschakeling van onafhankelijke experts helpen om een ontwerp te bewerkstelligen dat de kwaliteit van de stad verhoogt. Kwaliteitsadvisering heeft immers alleen zin als het leidt tot een bouwplan dat de stad verrijkt. Een publiek gefinancierde adviescommissie, die zich concentreert op de wezenlijke Baukultur (die stedenbouw, cultuurhistorie, publieke ruimte en het functioneren van stad en dorp omvat); dit wenkend perspectief in Duitsland, is ook in Nederland actueel. We mogen dan een lange traditie hebben, ook bij ons is de kwaliteitsadvisering niet vanzelfsprekend. De aanstaande Omgevingswet schept weliswaar de kans om vroeger en fundamenteler bij te dragen aan de omgevingskwaliteit, maar de bijdrage an sich is facultatiever.
Flip ten Cate | december 2016

Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via:
http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

  • Jaarverslag 2019Jaarverslag 2019

    2019 was onder meer het jaar van werkbezoek van minister Ollongren aan onze Federatie. En we richtten de focus op de culturele daad die het bouwen aan een duurzame toekomst vooral óók is.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit