CommentaarOnze opdracht is een stad te bouwen

Nieuwbouw in Houten (Foto Christi Wijnen)

De huizenfabrieken worden gebouwd, complete gevels rollen van de lopende band. Met een hoge productie tegen lag(ere) kosten gaat de bouwsector de woningnood te lijf. Is deze productie te verzoenen met ruimtelijke kwaliteit?

Bouwen, bouwen, bouwen. De nood op de woningmarkt is extreem hoog en de partijen die iets zouden kunnen doen aan de woonruimteverdeling en de beschikbaarheid van (betaalbare) huizen, slagen daar onvoldoende in. Er is gebrek aan vaklieden, aan materialen en grondstoffen, de prijzen schieten omhoog en de speculatie door beleggers verergert de toestand.

Soelaas wordt gezocht in ‘conceptueel bouwen’.Overheden en bouwpartijen hebben een City Deal gesloten over ‘conceptueel en biobased bouwen’. De hoop is dat standaardisatie en fabrieksmatige productie het bouwtempo kunnen verhogen onder een gelijktijdige verlaging van de kosten.
Twaalf jaar geleden verklaarde ArchiNed, in een boekbespreking over ‘Van Eesterens Rationele Aanpak’ ERA Bouw, dat het tijdperk van de industriële massawoningbouw gelukkig ruimschoots achter ons ligt. Tegenwoordig verlangt de consument steeds meer zeggenschap en hij krijgt meer maatwerk, aldus ArchiNed destijds.

Dat was te vroeg gejuicht. De industriële massawoningbouw is weer helemaal terug op de agenda, al gebruiken we ervoor niet meer het begrip ‘rationalisatie’, maar het minstens zo verwarrende eufemisme ‘conceptueel bouwen’.
Op de website van het Netwerk Conceptueel Bouwen (NCB) staat een definitie: Het werken vanuit herhaalbare, innovatieve, integrale en flexibele bouwoplossingen, die per project kunnen inspelen op de eigenheid van de bewoners, de locatie en de opdrachtgever. De oplossing is ontwikkeld, ontworpen en geëngineerd door de aanbieder van het concept, samen met partijen uit de toeleverende industrie.

Bont palet
De vraag is wat industriële massawoningbouw zal betekenen voor de ruimtelijke kwaliteit. De worst nightmare - kiloknallers in miljoenvoud - zal het niet worden. Er is, binnen het vaste stramien dat uit de fabriek rolt, nog flink wat variatie mogelijk in gevelbekleding, nokvorm, topgevel en zelfs in terugligging of uitkraging van bepaalde gevelelementen. We hebben het kunnen zien tijdens de excursie die de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, in samenwerking met NCB en Gideon - building transition tribes, op zijn ledenvergadering hield naar enige gerealiseerde projecten. We zagen behoorlijk kwalijke containerwoningen, maar evenzogoed een bont palet aan gevelbeelden en variaties dat niet verschilt van wat de afgelopen dertig jaar in Vinexwijken verrees.

Dwingende trits
Dirk Baalman, oud-directeur van Het Oversticht, hanteert steevast de handige trits ‘waarden - ambitie - beleid’. Start met het identificeren van gedeelde waarden. Formuleer vervolgens wat je, gezien die waarden, graag zou willen bereiken: je ambitie. Bepaal daarna wat je kan doen om die ambitie te realiseren (het beleid), en formuleer tenslotte welke instrumenten en methoden je kan gebruiken om dat beleid uit te voeren (instrumenten). Het een vloeit logisch voort uit het ander. Het instrumentarium moet ten dienste staan van het beleid, het beleid geeft uitvoering aan de ambities enzovoorts.
De volgorde is dwingend. Wie morrelt aan de instrumenten, merkt dat het beleid niet meer uitvoerbaar is, met alle consequenties voor de ambities van dien.

Vanuit de conceptueel bouwers wordt aan ons, als Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, de vraag gesteld aan welke kwaliteitseisen zij straks moeten voldoen. Die vraag is begrijpelijk: ze gaan investeren in een fabriek en een proces vormgeven en willen dus graag weten aan welke specificaties ze moeten voldoen. Ze willen dat graag goed doen, niet alleen omdat ze niet met onverkoopbare concepten willen blijven zitten, maar ook omdat zij willen bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit.

Kwaliteit kost tijd
Een pasklaar antwoord op die vraag naar specificaties en criteria hebben wij als federatie niet. Ruimtelijke kwaliteit hangt immers samen met gebiedsidentiteit, met ‘genius loci’ en de langzaam gegroeide biografie van een plek. Met het gebruik in het verleden, de in hout gekerfde harten en geplengde tranen, met de eerste stappen van een kind. Die waarden verdienen respect, ze verdienen een liefdevol ontwerper die zijn uiterste best doet om een nieuw hoofdstuk te schrijven aan dat al rijke verhaal. Een ontwerper die bovendien de specifieke kansen benut die een plek bijzonder maken, door natuurinclusief te bouwen, of biobased met lokaal geproduceerde materialen. Of door gebruik te maken van sloopmateriaal – excuus: van ‘stedelijk gedolven’ bouwelementen.

Kwaliteit kost tijd. Maar we kunnen niet om de realiteit heen. De productie moet omhoog, de kosten omlaag, het tekort aan arbeidskrachten kan door machines worden ondervangen. De huizenfabrieken worden gebouwd, complete gevels rollen, met leidingen, kozijnen en vensterbaken en al, as we speak van de lopende band. De ‘conceptenboulevard’ op internet toont de resultaten van hun beste kant.

Werkwoorden
Zijn die twee werelden te verzoenen? Stedenbouwkundige Frits Palmboom deed op de ledenvergadering van de federatie een eerste poging.
Een stedelijk stramien kent herhaling en repetitie - de ritmiek van schoorstenen kan heel aangenaam zijn. En ook kent de straat erkers, dakopbouwen, in- en uitkragende gevels en heel vaak wordt er op de hoek iets bijzonders gedaan. Een straat wordt interessant als er een bocht in zit, als hij de loop van een riviertje volgt, of zelfs als hij tot bloemkool in een wijkje wordt gefrummeld.

Dat betekent dat de opdracht van de fabrieksmatige massawoningbouw is: maak concepten die vervoegbaar zijn - alsof het werkwoorden zijn. Een repeteerbare stam, met een variabel uiteinde, opbouwtje, kopgevel of variantje zus, variantje zo.
Een huis is geen auto, zei Palmboom. Doe dus niet alsof dat wel zo is. Blijf rolvast: eis de ruimtelijke kwaliteit die voor de gegeven plek optimaal is. En de essentie van zijn boodschap ontleent Palmboom aan Songül Mutluer, voormalig wethouder van Zaanstad: de opdracht is niet om huizen te bouwen, het is onze opdracht om een stad te bouwen.  


Flip ten Cate | juli | 2022
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via: http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief        

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag over 2021Jaarverslag over 2021

    Weinig fysieke bijeenkomsten in het corona-jaar 2021, maar des te meer online-activiteiten. De Federatie was actief op de beide benen die vorig jaar in de meerjarenvisie zijn geformuleerd: de facilitering van de zorg voor ruimtelijke kwaliteit op lokaal niveau waarin de Federatieleden actief zijn, en het vergroten van de aandacht voor ruimtelijke kwaliteit op nationaal niveau.

    lees verder

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit