'Zorg dat hoge windmolens bíj het landschap passen'


Windpark Krammer in Zeeland, op en rond de Krammersluizen in de Philipsdam (Foto NVTL) 


Hoge windmolens passen nooit in een landschap. Maar zij kunnen wel bij een landschap passen. De Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur NVTL zocht uit hoe.

Windenergie houdt de gemoederen bezig, niet alleen onder omwonenden van nieuwe windmolenparken en insprekers bij de Regionale Energiestrategieën, ook bij landschapsontwerpers en -architecten. In mei presenteerde een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur NVTL het rapport ‘Windturbines in levend landschap’. Het rapport bevat tien kwaliteitsregels en een aantal verkenningen. Half juni lichtte landschapsarchitect Frank Stroeken (WING) het rapport toe, tijdens een webinar voor de beroepsgroep.

In de afgelopen veertig jaar zijn er ongeveer 2200 windmolens op land gezet. We zijn pas halverwege, als we ervanuit gaan dat de molens die nog geplaatst worden aanzienlijk meer energie produceren dan de molens die er al staan. De afgelopen jaren is het gesprek steeds gegaan over een goede ‘inpassing’ van de windmolens in het landschap.

Die term voldoet niet meer, merkte rijksadviseur Fysieke leefomgeving Jannemarie de Jonge op tijdens het NVTL-webinar. ‘Uitpassen’ is wellicht een beter begrip. Met ‘uitpassing’ wordt bedoeld dat bepaalde landschappen worden uitgezonderd van de nieuwe regel die bepaalt dat windturbines óveral terecht kunnen komen. Er is plaats zat. We kunnen per slot van rekening ook negen miljoen auto’s kwijt - vijfduizend windmolens moet geen probleem zijn.

Chaotisch beeld
In één van de drie verkenningen in het NVTL-rapport wordt een scenario van ‘uitpassing’ nader onderzocht. De afgelopen jaren is vanuit de landschapsarchitecten en cultuurhistorici vaak voorgesteld om bij de plaatsing van windmolens rekening te houden met historische landschapsstructuren. Zo kunnen windmolens langs een kanaal of een dijk, de oude structuren versterken en op grote afstand markeren.

Ook de hoogte van de molens is voortdurend onderwerp van gesprek. Hoe hoger de molen, hoe groter de verstoring van het landschap, is de gedachte. Een hoge molen is immers van een grotere afstand zichtbaar. Inmiddels loopt de maat van de molens volstrekt uit de pas met de omvang van de infrastructuur - molens langs wegen en kanalen markeren niet langer maar creëren een chaotisch beeld.

Hoge windmolens passen nooit in een landschap, is al geruime tijd geleden vastgesteld. Maar hoge molens kunnen wel bij een landschap passen. Vooral bij recente man-made landschappen, zoals de Flevopolders, kunnen zij waardevolle toevoegingen zijn.

Geen confetti meer strooien
Dergelijke constateringen en analyses hebben geleid tot tien kwaliteitsregels die bij de toekomstige plaatsing van windmolens van belang kunnen zijn. Daar zijn opmerkelijke regels bij. Ten eerste: stop met confetti strooien. Vermijd stukjes ‘opgeofferd landschap’, maar benader het positief: kies landschappen die met windmolens juist verrijkt kunnen worden. En koester daarmee dus de verschillen tussen landschappen.

Een belangrijke aanbeveling is om een samenhang te zoeken tussen de windturbines en de plaats waar ze terecht komen. Landschappelijke samenhang wordt door deze hoge molens steeds lastiger, omdat ze vragen om landschapsstructuren van een omvang die niet veel voorkomt, zoals de dijk tussen Flevoland en het IJsselmeer.

Functionele samenhang kan wel: plaats de molens daar waar de energie direct gebruikt wordt (slurpende datacentra) of via een centrale en trafostation wordt op- en overgeslagen.

Bouw nieuw landschap
Twee aanbevelingen vallen in het bijzonder op. De eerste: ‘Versterk de landschapskwaliteit onder de turbines’. ‘Aanwezige lanen, bossen, wegen, waterlopen, gebouwen en natuurgebieden zullen ook in toekomstige windenergielandschappen de waardering voor het landschap bepalen. Door aandacht aan de inrichting te schenken, terwijl het landschap verandert met windenergie, kan er gebouwd worden aan een nieuw landschap’, aldus de NVTL-werkgroep. De plaatsing van windturbines kan het geld genereren dat voor de kwaliteitsversterking nodig is.

Kies voor hoogte
En de meest opmerkelijke aanbeveling luidt: ‘Kies voor hoogte, niet voor laagte’. Weliswaar is een hogere tip van een windmolen op grotere afstand waarneembaar, maar de hoogte is op een afstand van enkele kilometers ‘onpeilbaar’. Terwijl dicht in de buurt van een windmolen een hoge tip minder effect heeft op de beleving dan een lage tip. Hele grote molenwieken die tot dicht op de grond komen (minder dan twintig meter) zijn enorm bedreigend.

Een filmpje waarin Frank Stroeken het rapport toelicht is te vinden op de NVTL-website: https://nvtl.nl/projecten/wind-energie/ 


Flip ten Cate | juli | 2021
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via: https://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief           

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit