In gesprek met Francesco Veenstra en Esther Agricola over ruimtelijke kwaliteit

Twee actuele spelers in het veld van de ruimtelijke kwaliteit waren te gast op de eerste livestream van de FRK. Netbenoemde rijksbouwmeester (maar nog niet in functie) Francesco Veenstra en ook vers aangetreden voorzitter van de Rotterdamse Commissie voor Welstand en Monumenten (met al twee vergaderingen achter de rug) Esther Agricola. Zij gingen in gesprek met elkaar en via buitenlijnen met leden van de Federatie.  

‘Ik heb helemaal niets over functies gehoord’, merkt moderator Astrid Aarsen op nadat de twee gasten op haar verzoek elkaar geïntroduceerd hebben. Wel weten we inmiddels dat beiden uit Friesland komen en daarmee het contrast tussen platteland en stad uit eigen ervaring kunnen inzetten in het debat over ruimtelijke kwaliteit.

Esther Agricola, vertelt Veenstra, is een aannemersdochter. Hij noemt het niet voor niets. In gesprekken met jonge architecten ontmoet hij soms tot zijn schrik een ‘ongezonde weerstand tegen aannemers’. ‘De branche heeft het niet makkelijk qua imago’, beaamt Agricola, ‘maar het is wel de beroepsgroep die het platteland in stand houdt en de lokale kennis hoog. Zij kunnen verbinden.’ Verbinden is ook de karakteristiek die Agricola geeft aan de praktijk van Veenstra. ‘Het café dat je hebt ingericht in het rijksmonument waar je architectenbureau is gevestigd, staat voor ontmoeting. Ik zie het als symbool van het idee dat je mooie dingen samen maakt.’  

 

Esther Agricola is net gestart als voorzitter van de commissie Welstand en Monumenten. Zij was eerder directeur bij de directie Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam.

Agricola: ‘Het werk dijt uit en wij dansen op een smal koordje’

Agricola heeft inmiddels twee vergaderingen met de Rotterdamse commissie achter de rug en is onder de indruk van deze geoliede machine. ‘Er gebeurt veel in Rotterdam. De samenwerking met het ambtelijk apparaat is heel intens. Wat mij vooral bezighoudt is hoe we met elkaar de ambitie om integraal te adviseren kunnen organiseren, zonder te verzanden in bureaucratie. Het werk dijt uit, het gaat langzamerhand over alles, terwijl het koordje waar wij op dansen smal is.’

‘Esther zoekt verbinding met stadsontwikkeling, stedenbouwers en het secretariaat’, vertelt via de buitenlijn Brechje Pronk, secretaris van de Rotterdamse commissie en bestuurslid van de federatie. ‘Vanuit een onafhankelijke rol’. ‘Onafhankelijk’, zegt Agricola, ‘is wat anders dan autonoom. Ik vat onafhankelijk op als ieder zijn eigen rol. Je doet het samen.’  



Francesco Veenstra is architect-partner van Vakwerk architecten, vertegenwoordigt de BNA als voorzitter en loopt zich warm voor het nieuwe College van Rijksadviseurs.

Veenstra: ‘Ik koester het stelsel waarbij commissies meekijken ’

Gevoed door meerdere inbellers vanuit alle landsdelen, voert het gesprek langs dilemma’s en kwesties uit de adviespraktijk ruimtelijke kwaliteit. Hoe zien jullie de verhouding tussen lokaal en landelijk, wil Sander van Venetië (Dorp, Stad en Land) weten.  

Veenstra, vooruitlopend op zijn functie als rijksbouwmeester, ziet zijn rol ‘in het nadenken over grote opgaven’. In de praktijk van de advisering over ruimtelijke kwaliteit is de ambitie hoog, taxeert hij. ‘Wij zijn ver, de ontwerpers op alle vlakken zijn goed.’ Hij koestert het stelsel waarbij de commissies meekijken. ‘Ondernemers en architecten die in de commissies langskomen met hun plannen acteren vanuit hun belang. Dat is plausibel. Maar meekijken vanuit breder perspectief is belangrijk. De commissies dienen een breed belang op alle niveau’s.’

Agricola: ‘Voor de grote ruimtelijke vraagstukken op landelijk niveau hebben we een richting nodig, want de som der delen kan leiden tot afgrijselijke uitkomst.’ Tegelijk ziet zij dat het nationaal niveau gevoed kan worden door het lokale: ‘In de commissies wordt veel gesignaleerd. Die kennis kunnen commissies delen met beleidsmakers.’  

Op lokaal niveau speelt de verhouding met stedenbouw de ruimtelijke kwaliteit soms parten. Agricola kent de spanning tussen de adviescommissies en de stevige disciplines van stedenbouw, in ieder geval in steden als Amsterdam en Rotterdam. ‘Stedenbouwkundige beslissingen dringen tot welstand door, terwijl de commissies er geen invloed op hebben. Het is zaak ons te beraden hoe het publiek domein meer onderdeel te maken van het kwaliteitsadvies. Via supervisors gebeurt dat natuurlijk al wel.’    

Het belang van het experiment
Martijn Oosterhuis van Libau kaart het belang van experimenten voor de commissie omgevingskwaliteit aan. Veenstra: ‘Experimenten helpen om anders te denken over opgaven, zoals de grote opgave van een miljoen woningen bouwen. Er zijn veel vragen over die nieuwbouw, maar de echte opgave ligt bij de bestaande woningvoorraad: 7,5 miljoen woningen, meeste vooroorlogs en slecht geïsoleerd. Daar ligt een zorg en daar kunnen we experimenten bij inzetten. Wat er nu gebeurt is dat er in de stedelijke gebieden veel kleine en gestapelde woningen gebouwd worden in traditionele bouwtechniek. Deze zijn lastig te veranderen in grotere woningen.’  

Agricola wijst op de na-oorlogse wijken; verdichting en verduurzaming staan hier voor de deur. ‘Deze woningvoorraad smeekt om innovatie. Het is ook een moreel dilemma. De woningen zijn er slecht aan toe, door de bouw en het beheer. Als je deze woningen côute que coute wil behouden, heb je dat uit te leggen.’ Er is een landelijke aanpak voor deze wijken nodig, die de toekomst van de wijken integraal benadert, concludeert Agricola.

Inbeller Paul Rosenberg, secretaris van de Amsterdamse adviescommissie, beaamt dit: ‘De uitdaging hier is voor veel steden vergelijkbaar. Gemeenten zouden baat hebben bij modellen ontwikkeld door het rijk. Een verzameling goede voorbeelden.  

Duurzaamheid
Angelique Philips, secretaris van de commissie in Eindhoven, stuurt de discussie over duurzaamheid naar de (dak)landschappen. Het valt op in Eindhoven dat de woningbouw gepaard gaat met grote installaties, die niet integraal zijn meegenomen in het ontwerp. Meestal op het dak, maar soms zijn de energie-installaties te hoog voor de daken en belanden ze in het landschap. 

‘Het is de consequentie van het comfort dat wij wensen’, zegt Veenstra. Hij kent voorbeelden van jaren dertig-woningen die worden verduurzaamd, waarin de schoorstenen van toen vervangen worden door grote luchtbehandelingsinstallaties van nu – als een moderne variant van de schoorsteen. ‘Daar moeten we naar toe. De installaties zijn een ontwerpopgave voor architecten en voor industrieel ontwerpers. Hier ligt een taak voor hen om te experimenteren en te onderzoeken.’  

Vergunningsvrij
Pieter de Vos uit Veere legt tot slot een dagelijkse kwestie voor: hij zou bij vergunningsvrije gebouwen toch graag eisen stellen aan uiterlijk. 
Veenstra: ‘Als architect ben ik geen voorstander van vergunningsvrij. De dialoog met de adviescommissie helpt mij als architect. Wij zoeken vaak de lokale welstandscommissie op om te weten wat er lokaal speelt. Dat helpt om een plan beter te maken.’  

Op rijksniveau is de reikwijdte van vergunningsvrij bepaald, als commissie heb je daar niets over te zeggen, constateert Agricola met spijt. ‘Pieter, dat kun je in je eentje niet oplossen. Hier ligt lobbywerk voor ons allen bij de nieuwe minister van Ruimtelijke Ordening en Ruimtelijke Kwaliteit.’  

De livestream van het gesprek is in zijn geheel en in stukjes vanaf volgende week te bekijken op: www.ruimtelijkekwaliteit.nl


Marijke Bovens | december | 2020
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via: https://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief  

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

  • Jaarverslag 2019Jaarverslag 2019

    2019 was onder meer het jaar van werkbezoek van minister Ollongren aan onze Federatie. En we richtten de focus op de culturele daad die het bouwen aan een duurzame toekomst vooral óók is.

    lees verder

  • Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteitHandreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit

    Onder de Omgevingswet moeten bijna alle gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen. Die commissie is in de wet verplicht gesteld, en komt in  de plaats van de commissies voor ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten. VNG, FRK en RCE publiceren een ‘Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit’. Niet alleen de letter van de wet, maar ook de geest van de wet en de wensen van de Tweede Kamer komen in de handreiking aan de orde.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit