De som der delen


Zoals ze in Baarn staan, staan ze in menig Hollands villadorp. Monumentale rietgekapte twee-onder-een-kap woningen die net iets te krap zijn voor de welstand van de bewoners. Dakkapelletje hier, uitbreidinkje daar, smaakvol vormgegeven uiteraard, maar niet altijd met evenveel oog voor de historische waarde.

Het jaren dertig landhuis in Baarn is tweemaal aangewezen als gemeentelijk monument: eenmaal de linkerhelft, apart daarvan de rechterhelft. In de ‘redengevende omschrijving’ bij het monument staat dat de twee panden vooral vanwege de vormgeving van de voorgevel en de doorlopende rieten kap een eenheid vormen. Een bouwplan aan de achterkant betekent een uitbouw van een van de twee woningen. Die doorsnijdt de rieten kap, vier fiere glazen panelen bieden uitzicht op de ongetwijfeld lommerrijke tuin, er wordt koper toegepast als materiaal voor gevel en een deel van het dak: een moderne toevoeging die ook expres modern oogt, aan een oud kapitaal gebouw. Dat was tegen het zere been van de buren, die vonden dat het bouwplan niet in overeenstemming is met redelijke eisen van welstand en met het belang van de monumentenzorg. Ze hebben gelijk, maar ze krijgen het niet.

Drie maal positief
De gemeentelijke adviescommissie van MooiSticht heeft vorig jaar tot drie maal toe positief geadviseerd over de welstandsaspecten van het bouwplan. De welstandscriteria voor dit gebied zijn conserverend: “…uitbouwen afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw…baksteen of pleisterwerk voor de gevels…toevoeging moet aansluiten bij detaillering, kleur en materiaalgebruik van het gebouw…”. Het voorgestelde bouwplan voldoet daar beslist niet aan, maar MooiSticht beargumenteert dat de keuze voor moderne vormgeving de waarde van het oorspronkelijke benadrukt. De gekozen materialen harmoniëren heel goed met baksteen en riet en de kleur echoot de roodbruine kozijnen. Door de lage gootlijn blijft de uitbouw bescheiden.

Dat is goed gemotiveerd, schrijft de rechtbank Midden-Nederland in een uitspraak van 12 juni. “Dat het bouwplan op onderdelen niet in overeenstemming is met de [welstands-]nota betekent dan ook niet dat het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand” aldus de rechtbank, die daarmee de kritiek van de buren, gewapend met een second opinion, weerspreekt. 

De buren maakten niet alleen bezwaar tegen het welstandsoordeel, maar ook tegen de aantasting van de monumentale aspecten. Daar ging de MooiSticht-commissie even de fout in. Pas tijdens de bezwaarfase werd een monumentenadvies uitgebracht. Kennelijk was de monumentale status over het hoofd gezien. De commissie voor ruimtelijke kwaliteit kwam pijnlijk genoeg tot de conclusie dat het bouwplan in strijd was met het monumentenbelang. Nadat de uitbouw was aangepast – vier glazen geveldelen werden er drie, de insnijding in de kap die eerst over twee verdiepingen plaatsvond is gewijzigd, de daklijn verlaagd, en er is een raampje in de kap teruggeplaatst. Voldoende wijziging voor een positief monumentenadvies: het verlies aan monumentale waarden is niet zo groot dat het onaanvaardbaar is. Er volgt dus in tweede instantie een positief monumenten-advies. De rechtbank is van oordeel dat zowel aan de welstandsaspecten als aan de erfgoed-aspecten in de verschillende adviezen recht gedaan is, en wijst het bezwaar van de buurman van de hand. 

Apart wegen
Dit is dus hoe rechtspraak werkt. Elk toetsingskader wordt apart gewogen en beoordeeld – in dit geval versterkt de vergissing van de Baarnse commissie voor ruimtelijke kwaliteit die sectorale beoordeling. Er is sprake van twee aparte wettelijke stelsels, die elk afzonderlijk kunnen leiden tot weigering van de omgevingsvergunning. Ik ben benieuwd hoe dat straks gaat, als het lokale erfgoedbeleid en het lokale ruimtelijke kwaliteitsbeleid zijn opgenomen in het omgevingsplan, samen met de stedenbouwkundige aspecten. Is het dan nog mogelijk om het erfgoed-aspect apart te wegen van de architectuur en de massaliteit? De integrale afweging van de Omgevingswet verdraagt zich als het goed is niet met het afvinken van sectorale toetsen. Maar hoe gaat het dan wel? Wie bepaalt de som der delen?

De uitspraak is te vinden op www.rechtspraak.nl, met als kenmerk: ECLI:NL:RBMNE:2020:2265


Flip ten Cate | juli | 2020
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via: http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief  

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

  • Jaarverslag 2019Jaarverslag 2019

    2019 was onder meer het jaar van werkbezoek van minister Ollongren aan onze Federatie. En we richtten de focus op de culturele daad die het bouwen aan een duurzame toekomst vooral óók is.

    lees verder

  • Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteitHandreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit

    Onder de Omgevingswet moeten bijna alle gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen. Die commissie is in de wet verplicht gesteld, en komt in  de plaats van de commissies voor ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten. VNG, FRK en RCE publiceren een ‘Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit’. Niet alleen de letter van de wet, maar ook de geest van de wet en de wensen van de Tweede Kamer komen in de handreiking aan de orde.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit