CommentaarKwaliteitsadviseurs, ontwerpend onderzoek en de Grote Verbouwing

Ontwerpend onderzoek in de regio’s zal in hoofdzaak worden uitgevoerd door grote (stedenbouwkundige) bureaus. Nog nergens zijn de lokale ruimtelijke adviseurs in beeld als counterparts. Ten onrechte, want in hun regionale inzet liggen weliswaar dilemma’s, maar ook kansen.

Op tal van terreinen en op nagenoeg iedere plek gaat ons land de komende dertig jaar op de schop. In de klimaat- en energieakkoorden wordt gewerkt aan emissieloze energievoorziening en aan effectbestrijding bij de klimaatverandering. Een circulaire landbouw zal een gedaanteverandering van het landelijk gebied veroorzaken. Er worden een kleine miljoen woningen gebouwd, inclusief de daarbij horende investeringen in mobiliteit en infrastructuur.

In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die in de zomer in concept werd gepubliceerd, staat dat we in staat zijn om deze opdrachten tot een goed einde te brengen, mits we drie inrichtingsprincipes in acht nemen: het combineren van opgaven in een project gaat vóór het realiseren van monofunctionele projecten; bij ingrepen staan de kenmerken en de identiteit van het gebied centraal; negatieve gevolgen van een maatregel worden niet afgewend in tijd of plaats, maar zijn onderdeel van de opgave.

De NOVI sluit daarmee goed aan bij de oproep Fiks Nederland van Kunsten ’92 en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, waarin dezelfde koppeling van opgaven wordt bepleit, naast een continu debat over de ruimtelijke kwaliteit van de ingrepen, betrokkenheid van bewoners bij de besluitvorming en de inzet van ontwerpers om uit lastig te combineren functies toch prachtige bouwwerken te maken. 


Met de Solex

Heel lang zijn we juist níet uitgegaan van meervoudig ruimtegebruik of van combinatie van functies. De leidende gedachte uit de ruimtelijke ordening van de jaren vijftig en zestig was juist functiescheiding: wonen deed je in woonwijken, winkelen in winkelcentra, werken op bedrijfs- of industrieterreinen, liefst per Solex bereikbaar. 

De huidige opgave is tegenovergesteld. Een woning is in de toekomst ook een energieleverancier, een werkplek, en (met een sedum-dak en groene tuin) een druppeltje op de gloeiende plaat van het klimaatprobleem. Op regionale schaal wordt mobiliteit met energieproductie en klimaatadaptatie gecombineerd. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe die nieuwe werkelijkheid van de NOVI uitvoering krijgt. Er zijn gebieden waar de opgave uitermate complex is, zoals bijvoorbeeld de metropoolregio’s waar intensieve bedrijvigheid de economie draaiende houdt, maar ook zorgt voor emissies van CO2, stikstof, smog en geluid. Overlast die woningbouw, natuurontwikkeling en duurzame agrarische productie in de weg staat. En overal is de urgentie groot. 

De NOVI reikt “ontwerpend onderzoek” aan als een methode om op regionale schaal deze vraagstukken aan te pakken. Er zijn een stuk of negen zogenoemde NOVI-gebieden in beeld: naast de gebieden rondom de vijf grootste steden ook veenweidegebieden (het Groene Hart), intensieve veehouderij-regio’s (de Peel), de aardbevingsproblematiek in Groningen en grensregio’s met afnemend bevolkingsaantal. Het rijk zal voor deze gebieden extra middelen beschikbaar stellen, zoals de inzet van rijksadviseurs, regel-ruimte en ontwerpend onderzoek.

Verbeeldingskracht
Begin dit jaar hebben de beroepsverenigingen van architecten, stedenbouwers/planologen en landschapsarchitecten in de oefen-projecten Stad van de Toekomst en Regio van de Toekomst de potentie van ontwerpend onderzoek geproefd. De essentie van die aanpak is dat de verbeeldingskracht van ontwerpers wordt ingezet om in een specifiek gebied op het oog tegenstrijdige opgaven te combineren tot een overtuigend ontwerp. Het gaat daarbij niet in eerste instantie om de beeldkwaliteit van het ontwerp, maar om het onderzoek naar koppelkansen, waarin het schetsen en ontwerpen een onderzoeksmethode is. De regering is van plan om samen met de beroepsverenigingen deze methodiek van ontwerpend onderzoek nader uit te werken.

De NOVI-problematiek is complex en omvangrijk. En anders dan in het verleden is de ruimtelijke ordening gedecentraliseerd: het rijk zal geen keuzes maken over verstedelijkingsrichtingen, velden aanwijzen voor wind- en zonne-energie of opvangbekkens creëren voor het bufferen van (regen-)water. De programma’s daarvoor moeten door samenwerkende gemeenten worden gemaakt in regionaal verband. De Regionale Energiestrategieën (RES), waar momenteel hard aan wordt gewerkt, is een voorbeeld van zo’n regionaal programma – zij het dat hier de combinatie met woningbouw, mobiliteit, biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit nog onvoldoende uit de verf komt.

De uitvoering van de Grote Verbouwing ligt daarmee in de regio – zodat de coördinatie van het werk op het bordje ligt van de grootste spelers in die regio’s, de veertig grootste gemeenten (G40). Het ontwerpend onderzoek in die regio’s zal in hoofdzaak worden uitgevoerd door de (grote) bureaus van stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en planologen. 

Geen nieuwe laag
Gemeenten zijn vanuit hun maatschappelijke en wettelijke opdracht verantwoordelijk voor de ‘goede omgevingskwaliteit’ van de projecten die regionaal worden ontwikkeld. Er is dus een noodzaak dat de (samenwerkende) gemeenten zo vroeg mogelijk de kwaliteit van de plannen beïnvloeden en stimuleren. Het is denkbaar dat de gemeenten speciale kwaliteitsteams of supervisie-teams inrichten om de kwaliteit van deze regionale plannen te stimuleren. Het grote succes van het Ruimte-voor-de-rivier project, waar op deze manier is gewerkt, smaakt naar meer, en ook elders is de afgelopen decennia succesvol met ad hoc Q-teams gewerkt.

Toch ligt het niet voor de hand voor de regionale uitvoering van de NOVI een nieuwe laag van kwaliteitsadvisering in te richten. Nagenoeg alle gemeenten hebben immers al relaties met professionele adviseurs ruimtelijke kwaliteit (aangesteld door de gemeenteraad!), die veel strategischer ingezet zouden kunnen worden dan meestal gebeurt. De afgelopen kwart eeuw kregen deze adviseurs een steeds bredere rol als adviseurs ruimtelijke kwaliteit. Zij worden in een vroeg stadium betrokken bij ruimtelijke initiatieven met een grote invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. In veel, maar nog lang niet alle, gemeenten hebben deze adviseurs de rol van sparringpartner bij beleidsvorming, bijvoorbeeld bij het maken van stedenbouwkundige plannen of erfgoedbeleid. Soms in de vorm van een stadsbouwmeester (bijvoorbeeld Groningen, Enschede, Delft), soms als adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (bijvoorbeeld Amsterdam, Apeldoorn, Tilburg). In een klein aantal gemeenten, met name in Gelderland, vervullen ze met groot succes dezelfde rol bij het opstellen van regionale energiestrategieën. 

Individueel ontwerp
De regionale inzet van commissies ruimtelijke kwaliteit, als counterpart (namens de gemeenteraden, om de ruimtelijke kwaliteit te garanderen) van de stedenbouwkundige bureaus die het ontwerpend onderzoek gaan verrichten, is daarentegen nog nergens realiteit. Zo'n rolopvatting werpt natuurlijk dilemma’s op, zoals de vraag of betrokkenheid op beleidsniveau niet leidt tot een vooringenomen standpunt, wanneer een vergunning voor een bouwwerk wordt aangevraagd. Of de vraag hoe de huidige advieslichamen hun erfgoed- en ontwerp-expertise kunnen aanvullen met kennis over energie, mobiliteit en klimaatadaptatie. De kansen die de bestaande structuur biedt om de consequenties van beleid op regionale schaal te doordenken tot in het detail van elk individueel ontwerp – want dat is wat de lokale kwaliteitsadviseurs doen – zijn echter zo evident, dat het zonde zou zijn om die dilemma’s niet nader te onderzoeken. 


Flip ten Cate | oktober | 2019
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via:http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief 

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2018Jaarverslag 2018

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit bereidt zich voor op de toekomst. Een nieuwe beleidsvisie op komst, en personele wissels.

    lees verder

  • De Flitsende StadDe Flitsende Stad

    Steeds meer gemeenten kiezen voor een specifiek beleid ten aanzien van digitale buitenreclame. Hiervoor heeft de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit een handreiking opgesteld. Geen blauwdruk, maar een leidraad met aanbevelingen en voorbeelden.

    lees verder

  • Jaarverslag 2017Jaarverslag 2017

    Veel activiteiten in een productief jaar!

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit