‘Genoeg ruimte voor miljoen woningen’

Foto Johan Wieland

We moeten bouwen in het landschap, zegt ruimtelijk specialist Steef Buijs, maar niet op een parasitaire manier. Dus geen huizen in de duinen, maar eerst nieuwe duinen creëren door kustverbreding en vervolgens daar woningen bouwen.

De vergelijking zoemt door het debat over de grote ruimtelijke opgaven. Neem alleen al het miljoen woningen dat gebouwd moet worden. Net zo veel als 25 jaar geleden ten tijde van de fameuze Vierde Nota Extra, oftewel de Vinex. Toen in tien jaar te bouwen, nu in twintig. Toen had het rijk nog stevig de regie, nu staat het rijk met veel legere handen, nadat de afgelopen decennia ruimtelijke beleid is gedecentraliseerd, geprivatiseerd of ronduit afgeschaft.

Steef Buijs coördineerde 25 jaar geleden de vinexoperatie op ambtelijk niveau tussen de zes betrokken ministers. Nu draait hij als zelfstandig specialist ruimtelijke opgaven volop mee in het circuit. Hij is redelijk optimistisch. ‘Het heeft lang aan ambitie ontbroken, maar het lijkt er op dat het rijk met de Nationale Omgevingsvisie de draad weer op wil nemen’, zegt hij.

Detailzucht
‘Idealiter ontstaat rijksregie in dialoog tussen Tweede Kamer en kabinet. Dus als het rijk meer regie probeert te voeren, dan betekent dat stevige Kamerdebatten. Debat op grote lijnen vraagt om visie en kennis. Dat is nog wel een aandachtspunt. De Kamerleden verliezen zich nu regelmatig in details en denken centralistisch. Kijk naar het debat over de milieuzones in de steden. De Kamer moet niet discussiëren over het jaartal van de auto’s die hier in Rotterdam over de ‘s Gravendijkwal mogen rijden.’
Ook in de relatie tussen rijk en andere overheden heerst volgens Buijs nog te veel regelzucht.

‘Provincies, gemeenten en waterschappen voeren een onafhankelijke huishouding, maar zijn in de praktijk flink gehandicapt, omdat de belastingheffing juist extreem gecentraliseerd is, zegt Buijs. ‘Circa 93 procent van de belasting wordt door het rijk geheven. Via Gemeente- en Provinciefonds, doeluitkeringen en projectgeld komt het geld weer bij hen terecht, maar vaak met gedetailleerde opdracht hoe het te besteden. Dat zou dringend anders moeten.’

Het besef van de veranderlijkheid van de samenleving moet doorklinken in de regelgeving, zegt Buijs. ‘Formuleer regels op een hoger abstractieniveau, zodat zij toekomstbestendig zijn. Dus bepaal niet dat een tweerichtingenstraat 7 meter breed moet zijn, maar leg vast dat twee auto’s elkaar moeten kunnen passeren, dan houdt de regel stand ook als de breedte van de auto’s drastisch wijzigt. Bedenk welke mechanismes je wilt beïnvloeden. Baseer regels meer op samenhangen en verbanden dan op toestanden.’

Geld verdienen
De Vinexoperatie heeft de schatkist al met al 5 miljard gekost voor ontwikkeling van locaties, sanering van grond, ontsluiting en openbare ruimte en groen, schat Buijs. ‘Dat geld was een belangrijk instrument om kwaliteit te creëren.’

‘Wil je nu succes hebben in de ruimtelijke ordening dan moet je financiële middelen zoeken buiten de rijksbegroting. De stijgende kosten voor zorg, onderwijs en uitkeringen verdringen de fysieke investeringen. Je kunt niet concurreren om het geld met de zorg: die strijd verlies je. En het beslag van het sociale domein op de overheidsbegrotingen zal alleen maar toenemen – arbeidskosten zijn er immers dominant en de kans om productiviteit te verhogen praktisch nihil.

Met een eigen geldstroom kun je kwaliteit organiseren en dat genereert weer geld. Eigen geld zorgt ook voor een opwaartse sfeer Om belastinggeld hangt altijd een zuinige, beetje zure sfeer. Je kunt nooit eens lekker uitpakken.’

In de markt is er geld. Het verschil tussen de bouwkosten van een nieuwe woning en de marktwaarde is groot, zeker in de Randstad. ‘Het is een kwestie van afromen’, zegt Buijs. ‘Het rijk moet de regels aanpassen zodat dit surplus bij de overheid terecht komt. Dat kan via fiscale maatregelen of via de vergunningverlening’.

Met een lachje: ‘Ook veel rechtse mensen vinden geld verdienen waar je niet voor gewerkt hebt verkeerd. Ik schat dat de schaarste op de woningmarkt, die dit prijsverschil veroorzaakt, nog een jaar of tien blijft bestaan. Als we 75.000 woningen per jaar bouwen en we romen circa dertigduizend euro per woning af, dan hebben we jaarlijks meer dan twee miljard als kwaliteitsinvestering.’

Steef Buijs: 'Ervaringen uit mijn loopbaan en veel ideeën van anderen die ik de moeite waard vind, breng ik bij elkaar  in een kaart - als vertrekpunt voor een onderzoek naar de transformatie-opgave'.

Nieuwe kaart
Buijs werkt momenteel aan zijn eigen kaart van Nederland, waarin hij de grote opgaves voor de toekomst een plek geeft. ‘De kaart kun je zien als een soort memoires, waarin ik mijn eigen ervaringen uit mijn loopbaan en veel ideeën van anderen die ik de moeite waard vind, bij elkaar breng - als vertrekpunt voor een onderzoek hoe je de transformatie-opgave voor verschillende ruimtelijke sectoren zou kunnen inpassen in een integraal vernieuwd landschap. Ik heb die opgave expres zwaar aangezet. Het is goed om een beetje te overdrijven om de dynamiek te verhelderen. Dus ik ga uit van 2 miljoen te bouwen woningen, een verdubbeling van de landbouwexport, het herstel van het verlies van biodiversiteit van de afgelopen 50 jaar en ik plan veel meer ruimte in voor openluchtrecreatie, waterhuishouding en energielandschap etc.’

Hij laat het zien: een derde van de woningen kunnen we binnenstedelijk bouwen, een derde krijgt een plaats in parklandschappen – duinen, plassen en rivierbeddingen – en een derde plaatsen we in de oude haven- en industriegebieden, zoals Amsterdam en Rotterdam al doen, met grote dichtheden en gebruikmakend van de ruimte van het water.

‘Die parklandschappen, wijst hij, zijn geïnspireerd op een idee van landschapsarchitectJannemarie de Jonge. Zij maakte destijds een van de vier scenario’s waarmee Vrom na de actualisering van de Vinex, Nederland in 2030 trachtte vorm te geven. Naast parkland, waren dat palet, stedenland en stromenland. De toenmalige minister Margreeth de Boer (Vrom) koos voor de laatste twee, maar het parkland van De Jonge kunnen we nu zo uit de kast halen voor de landschapstransformatie waar we nu voor staan.’

‘We moeten bouwen in het landschap’, zegt Buijs, ‘maar niet op een goedkope manier. Die is parasitair. Dus geen huizen in de duinen bouwen, maar eerst nieuwe duinen creëren door kustverbreding en vervolgens daar woningen bouwen. Niet de Vinkeveense plassen volbouwen, maar eerst nieuwe plassen maken, die je voor de waterberging toch al nodig hebt. Daar kun je nieuwe Vinkeveens maken. In de Wieringermeer, rondom Bleiswijk of in West-Brabant kun je veel grotere kassenconcentraties maken, zodat je verouderde delen van het Westland vrij kunt spelen voor nieuwe Wassenaars tussen Den Haag en Hoek van Holland.

‘Kijk naar Brabant, waar bijna geen natuurlijk beekdal over is. Laten we de beekdalen restaureren en dramatiseren met vloeivelden en hakhoutbegroeiingen, daar kunnen heel goed woningen tussen.’

Er is ruimte genoeg voor dat miljoen woningen als we de strikte tegenstelling tussen groen en rood verzachten tot een contrast tussen open en gesloten, zegt Buijs. En als we de bouw van de woningen zien als een ontwerpopgave.

Schoonheid bewaren
Lang is Buijs nauw betrokken geweest bij het Groene Hart. ‘Terwijl ik de ene na de andere Chinese delegatie ontving, die kwam kijken hoe we het hart open hielden en zo vruchtbare grond redden van inbeslagname door de stad, zag ik het landschap aan de randen jaar na jaar afbrokkelen. Het salami-effect van de druk op de ruimte.’

Het is een illusie om te denken dat je een gebied kunt beschermen door niks te doen, dat heeft het Groene Hart hem wel geleerd. ‘Als je landschap wilt bewaren, museaal benaderen zeg maar, dan moet je overtuigen en compenseren. Al die moeite en kosten nemen toe naarmate de maatschappelijke dynamiek in en om het landschap groeit. Dat moet je je realiseren. Je kunt het doen in gebieden als de Beemster en de Krimpenerwaard bijvoorbeeld, maar in heel veel andere gebieden kun je beter nieuwe schoonheid scheppen, dan investeren in schoonheid die geen maatschappelijke fundering meer heeft.’

Bovendien, niets zo veranderlijk als Nederland. Geen land is zo ingrijpend veranderd: de rivieren zijn bedijkt, het veen is afgegraven, de droogmakerijen en polders zijn aangelegd, de kustlijn is verkort. Telkens ontstond een nieuw landschap, nieuwe schoonheid die we nu waarderen.  

‘Schoonheid is niet per se intrinsiek, het is ook een kwestie van ouderdom, van gewenning soms. De tijd maakt veel mooi. We moeten meer in termen van ontwikkeling denken. Windmolens betekenen in de lange lijnen van de tijd niet zo veel, ze zijn zo weer verwijderd. Natuur daarentegen heeft veel tijd nodig om te ontwikkelen, wat daar verloren gaat is moeilijk weer terug te krijgen.

 Belang van ontwerper
‘Het integreren van wonen en werk in het landschap staat of valt met de kwaliteit van het ontwerp. Projecten waarbij de ontwerper een gelijkwaardige rol heeft, pakken veel beter uit dan die waar de ontwerper in een hoek van een groot consultancykantoor zit en alleen tevoorschijn wordt gehaald om een artist impression te tekenen. Als de opdrachtgever  direct de ontwerper inhuurt naast de projectleider van een ingenieursbureau  dan kan de ontwerper op eigen merites aan de bel trekken en zeggen: dit deugt niet.’

Ook bij de ontwikkeling van het energielandschap geldt dat de ontwerper een eigenstandige positie moet hebben. Buijs: ‘Deze ingrijpende transformatie wordt verschrikkelijk, of het blijkt een godsgeschenk. De ontwerpers maken het uit.’

Steef Buijs (stedenbouw TU Delft) is zelfstandig ruimtelijk adviseur. Naast zijn werk in Nederland heeft hij ontworpen aan stedelijke structuurplannen voor steden als Jakarta, Surabaya en St. Petersburg. Hij heeft een lange carrière in de ruimtelijke ordening achter de rug, achtereenvolgens op provinciaal niveau (streekplannen voor Overijssel en Zuid-Holland), gemeentelijk (directie dienst stadsontwikkeling van Rotterdam) en landelijk niveau (ministerie van VROM). Hij is auteur van ‘Laag Nederland en het water’ (ministerie IenM, 2014).


Marijke Bovens | juli 2018

Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit via: http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2017Jaarverslag 2017

    Veel activiteiten in een productief jaar!

    lees verder

  • Handreiking energietransitie en ruimtelijke kwaliteitHandreiking energietransitie en ruimtelijke kwaliteit

    Isolatie en energieopwekking zullen het aangezicht van Nederland gaan veranderen. We willen voorkomen dat het een rommeltje wordt, omdat we houden van ons land. Aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit voorkomt dat de energietransitie stagneert door gebrek aan draagvlak. Stroomversnelling en Federatie schreven een handreiking voor gemeenten

    lees verder

  • Schetsboek OOKSchetsboek OOK

    Het Schetsboek voor een Omgevingsplan Op Kwaliteit scherpt het denken over dit nieuwe instrument.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit