CommentaarNederland, het mooiste land van Europa

Maar blijft dat zo? Vriend en vijand is het er over eens dat de schoonheid van ons land kwetsbaar is. Maar we handelen er onvoldoende naar. Kom op voorhoede van spraakmakende bestuurders en ontwerpers.

Landschap in de Schermer: blikveld slibt vol

Onlangs schreef Max Pam in De Volkskrant dat Nederland het lelijkste land is van Europa. Dat komt zo: we omarmen het concept Nederland Distributieland, bijgevolg slibt het blikveld ter weerszijden van de snelweg vol met afzichtelijke bouwwerken, opdat vrachtwagens al die online bestelde koelkasten en spullen snel kunnen halen en brengen. Dat het zo mis kon gaan is te wijten aan het opheffen van de schoonheidscommissies en van het ministerie van ruimtelijke ordening. Zegt Pam.

Ja, wie het landschap alleen maar kent vanuit het autoraampje, zal zich afvragen wie die bende ooit besteld heeft. En hij ziet het alleen maar erger worden. Maar de inherente concentratie van Distributieland langs de infrastructuur maakt nu juist dat verreweg de meeste ándere uitzichten nog steeds ongeschonden zijn. Stap eens op de fiets, Pam!

Gedaanteverwisseling
Is er dan niks aan de hand, met de schoonheid van ons land? Toch wel. Ruimtelijke kwaliteit ontstaat nooit vanzelf, het kost zweet en soms tranen, er is vakmanschap en ontwerpkracht nodig, veel overleg, goede voorbereiding en daarom ook tijd. Inmiddels zijn vriend en vijand het er wel over eens dat de schoonheid van ons land kwetsbaar is en aandacht behoeft. Maar we handelen er onvoldoende naar.

Nederland staat aan de vooravond van een complete gedaanteverwisseling. Want er staat niet één transitie voor de deur, het zijn er vele. De energietransitie bijvoorbeeld, die alle na-oorlogse gebouwen een pre-fab jasje gaat aantrekken. En de klimaatadaptatie (hoog water, extreme hagelbuien, hittestress). En de circulaire economie, waarin alle bouwmaterialen demontabel en herbruikbaar moeten zijn. En de landschappelijke transitie (terug naar kleinschalige voedselproductie en biodiversiteit). En het oplossen van de woningbehoefte: één miljoen woningen erbij, liefst zonder groen op te offeren. En de omgang met leegstand en krimp. Dan gaat het hier alleen nog maar om de transities die we kunnen voorzien; de impact van zelfrijdend verkeer of van hordes klimaatvluchtelingen is veel lastiger in te schatten.

Als we beleidmaken vergeten
Er was een tijd dat we dit soort vooruitzichten tegemoet traden met beleid. Daar zijn we goed in, het heeft Nederland tot het mooiste land van Europa gemaakt.
Als we dat beleidmaken vergeten, zoals bij de distributiecentra, dan is het resultaat ook meteen afzichtelijk. Vandaar dat rond de transities die we kunnen voorspellen inmiddels (beter laat dan nooit) krachtig gepleit wordt voor dubbeldoelstellingen: naast het primaire doel de ruimtelijke kwaliteit als meekoppelend doel, met Ruimte voor de Rivier als internationale showcase.

Natuurlijk is er dan een groep boekhouders en bureaucraten die vraagt naar de bewijskracht van ruimtelijke kwaliteit: hoe meet ik dat, wat levert het op? Maar dat zijn inmiddels achterhoedegevechten.
Veel zorgelijker is dat we niet langer de infrastructuur hebben om snel op al die kwaliteitsvragen te kunnen inspelen.

Ontwerpend Nederland in beweging
Toen in 1985 in de Vinex-nota een miljoen woningen werd gepland in, om en bij de steden, met consequenties voor infrastructuur en bereikbaarheid en dus een locatiebeleid gericht op openbaar vervoer – toen kwam ontwerpend Nederland in beweging. Voor het eerst werd nationaal architectuurbeleid geformuleerd, er kwam een Architectuurinstituut, architectuurfonds, er kwamen voorbeeldboeken, wethouders en corporatiedirecteuren stichtten de Werkgroep 5x5 en de Stichting Q, lokale architectuurcentra schoten uit de grond en kregen in Architectuur Lokaal een kristallisatiepunt. De succesvolle stadsvernieuwing werd Stedelijke Vernieuwing waarin publiek-private consortia werden uitgeprobeerd. Wereldberoemde architecten kwamen naar Nederland om ons te leren hoe het moet, architectuur. Al gauw draaiden we de rollen om en waren de Super Dutch architecten wereldwijd toonaangevend. Wat is daarvan nu nog over? Bijna alle genoemde instituten zijn verdwenen of tot bloedeloze routine vervallen.

Een van de bruggen van de Spaanse architect Calatrava in Haarlemmermeer

Wereldklasse
Nostalgisch omzien heeft geen zin, en de komende decennia vragen ook om een andere ontwerpinfrastructuur dan we hadden.  De opgaven zijn complexer en integraler. Voor mij staat buiten kijf dat juist die integraliteit het middel is om opnieuw terecht te komen in de wereldklasse van het ontwerp. Omdat creatieve ontwerpers in staat zijn om schijnbaar tegenstrijdige belangen te verzoenen in ongedachte oplossingen. En daar wordt Nederland mooier van.

Dat kan alleen als er – nu! - gewerkt wordt aan voorzieningen die het ontwerp met vanzelfsprekendheid plaatsen in het hart van elke integrale opgave. Een basis die bestaat uit eminente opleidingen, financiële stimulansen, creatieve ruimte, lokaal en nationaal ontwerpbeleid (zoals een Nationale Omgevingsvisie gestoeld op kernkwaliteiten). Waarin een voorhoede van spraakmakende bestuurders en ontwerpers de aandacht trekt met uiterst fraaie voorbeelden.

Ik zou zeggen: Mooiwaarts!


Flip ten Cate | april 2018
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit via: http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit