Breinbreker: Wanneer verpest de omgeving het aanzicht van een monument?

Eindhoven: aantasting of verrijking van Roosenburgs monumentale Witte Dame? (Foto FtC)

De Omgevingswet bevat een ingewikkelde opdracht aan gemeenten: zij moeten de 'omgeving van een monument’ zodanig beschermen dat nieuwe ontwikkelingen in die omgeving geen aantasting betekenen van het aanzicht en de waardering van het beschermde monument. (Besluit Kwaliteit Leefomgeving, art. 5.72)

Het omgevingsplan móet dus straks beleid bevatten over de uiterlijke kenmerken van gebouwen in de omgeving van een monument. Want het gaat bij deze bescherming niet om een dreigende aantasting van monumentale waarden, maar om de ‘aaibaarheidsfactor’, de uiterlijke kenmerken die we tien jaar geleden waarschijnlijk welstandsaspecten hadden genoemd.

Wat de omgeving van een monument is, wordt niet wettelijk bepaald. Evenmin wanneer er sprake is van aantasting in aanzicht en waardering van het monument: we weten het niet. Maar de gemeenten moeten er iets mee. Mij dunkt dat er behoefte is aan een discussie. Welke maatregelen zijn mogelijk en hoe het zit met proportionaliteit?

Twee scholen
Het is bekend dat er twee scholen zijn in de monumentenzorg. De ene pleit voor contrasterende en modernistische architectuur, opdat de authentieke historiciteit van het monument extra wordt benadrukt. De andere school spreekt in termen van ‘aanhelen’, historiserend bouwen en vermijden van contrasten, omdat monumenten al eeuwenlang door organische aanpassingen transformeren met de tijd.

Dat is geen nieuwe discussie. Al meer dan honderd jaar geleden stonden mastodonten als H.P. Berlage en Victor De Stuers tegenover elkaar in dit strijdperk. De eerste als pleitbezorger van de moderne bouwkunst, de tweede met een pleidooi voor onzichtbare nieuwbouw: een plaquette met ‘anno 1910’ zou volgens De Stuers volstaan om duidelijk te maken dat wat er middeleeuws uitziet, feitelijk uit de twintigste eeuw stamt.

Proportionaliteit
Het zijn de omgevingsplannenmakers die deze strijd straks per monument moeten beslechten. Als ze verstandig zijn, dan stellen ze eisen aan de kwaliteit van de omgeving middels open normen, waarin niet is dichtgetimmerd wat er wel en niet mag, maar waarin voor elke vergunningaanvraag in de buurt van een monument wordt afgewogen of het bouwplan een aantasting betekent van aanzicht en/of waardering van het object. In die afweging moet de proportionaliteit uiteraard een rol spelen. Nieuwe kozijnen bij de overburen zullen zelden bedreigend zijn voor het monument, maar een dakopbouw zou dat best wel eens kunnen zijn. En een nieuwe pui voor de winkel of een kiosk op het plein al helemaal. Het is daarbij van belang dat monumentenexperts als adviseurs betrokken worden bij alle bouwplannen in de omgeving van alle monumenten, om de impact op de juiste waarde te kunnen schatten.

Tot waar strekt de ‘omgeving van een monument’ zich uit, en hoe groot zijn de implicaties? In sommige gevallen misschien wel heel groot: het blokkeren van zichtlijnen naar kerken en landgoederen kan immers over honderden meters of zelfs kilometers het aanzicht van een monument grondig verpesten. Het blokkeren van de windvang van een molen of het bouwen van gebouwtjes in steen of beton in het schootsveld van een vestingwerk vallen wat mij betreft ook onder deze ‘aantasting van de waardering’ van een monument.

Fort Vechten: strakgeschoren gazon en woekerend struweel (Foto FtC)

Dat de opgave echt voer is voor specialisten, moge blijken uit Fort Vechten, een imposant onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die zelfs opgaat voor de Werelderfgoedstatus. Een wezenskenmerk van de militaire verdedigingslinies is dat ze onopvallend in het landschap zijn gedrapeerd. Nu ze hun militaire functie verloren hebben, maar cultuurhistorisch van groot belang zijn, willen we ze een publieksfunctie geven. Daarvoor moeten ze zichtbaar zijn. Maar is die zichtbaarheid niet meteen een aantasting van het ‘aanzicht en de waardering’ ervan? Of bevórdert dit juist aanzicht en waardering? En dan zijn die linies vaak ook nog eens cultuur- én natuurmonumenten. Dat is in Fort Vechten goed te zien: de ene helft van het fort is in de restauratie schoongemaakt, opgeknapt en er loopt een strak gazonnetje over de verborgen bunkers; de andere helft is verwilderd, struikgewas tiert welig, allicht is er gekwinkeleer en schuilt er (on)gedierte tussen het lover. Wat is beter voor aanzicht en waardering?

En wat gebeurt er met monumentale waterwerken (sluizen, stuwen, kolken) die hun functie verliezen? Is het verleggen van de waterloop, bijvoorbeeld in het kader van de waterveiligheid, niet funest voor de publieke waardering van de monumentale sluis?

Planschadeclaim
Er is nog een ander aspect dat aandacht verdient: de planschadeclaim. Uit jurisprudentie en ambtelijke ervaring blijkt afdoende dat lang niet iedereen blij is als zijn gebouw de monumentenstatus verwerft. Dat zou immers een beperking betekenen van het vrije gebruik van het bezit. In de toekomst is het niet meer alleen de eigenaar van het monumentale object, maar ook de omgeving die te maken krijgt met beperkingen. Overigens slaagt een beroep op vermeende schade door aanwijzing tot monument zelden: meestal is er geen sprake van waardedaling van het monument of zijn omgeving, die schadevergoeding rechtvaardigt, maar de gemeente heeft wel de plicht zich van dit aspect goed te vergewissen.

Het maken van een omgevingsplan wordt een ingewikkelde klus. Het beschermen van de omgeving van een monument is slechts één van de breinbrekers.


FtC | december 2017
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via:

http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit