‘Wederkerigheid tussen lokaal en landelijk onmisbaar voor goede bouwcultuur’


Foto Fred Ernst

Er is dringend behoefte aan solide lokale bouwcultuur, waar ook de ambities van het rijk kunnen landen. Bas van der Pol, directeur van het Architectuur Instituut Rotterdam, in de zeldzame gemeente met een volwassen architectuurbeleid, denkt hardop over de vraag hoe de twee bijeen te brengen.  

Het Architectuur Instituut Rotterdam is een van de lokale architectuurcentra, die verspreid over het land de stadsontwikkeling en de staat van de lokale architectuur ondersteunen, stimuleren en ter discussie stellen. Bas van der Pol voert samen met Barbara Luns de directie van het AIR.  

‘Lokaal is betrekkelijk’, zegt hij. ‘Wij hebben als architectuurcentrum een lokaal én zelfs een internationaal profiel. Wij slaan voortdurend de brug tussen de grote stedelijke vraagstukken en de initiatieven en plekken die lokaal in beweging zijn. Tenslotte krijgt het Nederlands architectuurklimaat lokaal vorm en andersom zijn er uit lokale initiatieven altijd landelijk lessen te leren. Kortom, wat belangrijk is, is de wederkerigheid tussen lokaal en landelijk.’  

‘Dat wil niet zeggen dat de verbinding tussen lokaal en landelijk makkelijk te leggen is. Wij kennen onze medespelers in de stad, we hebben een breed netwerk, maar wie we landelijk moeten adresseren? Dat is een lastige. De rijksbouwmeester misschien. Als individu en als instituut is dat de enige die écht aanspreekbaar is. Gelukkig blijft hij nog een jaar.’  

‘Er zijn zoveel mooie initiatieven op landelijk niveau, maar er zit ogenschijnlijk geen beleid achter dat stuurt op wederkerigheid. Het kan aan mij liggen, maar ik heb geen idee wat er in het Actieplan Ruimtelijk Ontwerp komt te staan. Het bereikt ons niet en wij bereiken de makers ervan niet.'

Twee lijnen
'Wat er landelijk gezien nodig is om een klimaat te scheppen voor een kwalitatief hoogstaande bouwcultuur', zegt Van der Pol, 'is niet zo heel anders dan wat er op lokaal niveau gebeurt. In Rotterdam bijvoorbeeld' 

‘Bij AIR bezien we onze opdracht langs twee lijnen: het scheppen van een vitaal architectuurklimaat en nieuwe perspectieven bieden op de grote maatschappelijke opgaven van de stad. Deze twee hebben natuurlijk met elkaar te maken. Het architectuurklimaat gaat over netwerken, infrastructuur en relaties in de stad. De tweede lijn is onze inhoudelijke agenda.’

Van der Pol en zijn medewerkers hebben net een nieuw beleidsplan geschreven voor de cultuurnota van de gemeente Rotterdam, dus het zit allemaal nog vers in het hoofd.
‘Het gaat altijd om bruggen slaan. De brug tussen cultuur en stedelijke ontwikkeling, de brug tussen denken en doen en de brug tussen publiek en vakgemeenschap. Die bruggen bouwen we door het organiseren van ontwerpgesprekken en het initiëren van een podium als de Rotterdam Architectuurmaand en het Stadmakerscongres als een gedeelde werkplaats voor markt, overheid en burgerschap. Ook via stadslabs, expertmeetings en ontwerpateliers verbinden we het denken en het doen voortdurend met elkaar.

‘Wij werken zo aan een gedeelde cultuur van stadmaken. Via het Platform Ruimtelijk Ontwerp brengen wij ruim zeventig bureaus samen met de dienst stadsontwikkeling en afdeling cultuur van de gemeente. Via de door ons opgerichte Van der Leeuwkring werken we samen met private ontwikkelaars, corporaties en beleggers aan het stadmakersprogramma en via dat programma verbinden we ook actieve bewoners met de opgaven van de stad.’   Samengevat, zegt Van der Pol: ‘Wij zorgen dat de netwerken op orde zijn.’ En zo’n infrastructuur is net wat er landelijk gezien ontbreekt.  

Rotterdam Architectuurmaand. Foto Ossip van Duivenvorden

'Ik mis uitwisseling van innovaties'
‘Het zou een goede zaak zijn als het rijk weer geld en tijd in de infrastructuur investeert. Tekenend is de financiering door de fondsen. Het stimuleringsfonds Architectuur heeft plaats gemaakt voor het bredere Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Maar geen enkele instelling met een architectuurprofiel deelt nu in de vierjarige subsidie van dat fonds. Tegelijkertijd begeeft het fonds zich met eigen programma-initiatieven vanuit een landelijke opdracht op lokaal terrein. Zij hebben daarbij niet langer expliciet de opdracht om lokale architectuurcentra te financieren. Wij zijn daar de laatste jaren gelukkig prima doorheen gekomen, maar er is geen sprake meer van een structureel en continu werken aan een lerend lokaal netwerk.  

‘Er staat zoveel aan te komen met de nieuwe Omgevingswet en de lokale omgevingsvisies. De grote thema’s die vorm moeten krijgen in de stedelijke ruimte. Actuele kwesties als het streven naar een inclusieve stad. Wat betekent dat voor de ruimte en welke rol is weggelegd voor ruimtelijk ontwerp? Zo’n uitwisseling van innovaties, die mis ik.

'Het is allemaal te vieren wat er landelijk gebeurt, door de rijksbouwmeester en zijn Panorama Lokaal, het Stimuleringsfonds met zijn stadlabs en vele nieuwe initiatieven die mede hierdoor een kans krijgen, maar wie zorgt er nu voor dat de bijbehorende infrastructuur georganiseerd wordt, zodat initiatieven optellen, richting krijgen en beter worden? Kijk naar Vlaanderen, daar is een goede structuur. Dat hadden wij ook en dat moeten we opnieuw op een eigentijdse manier vormgeven.  

'Daarvoor is een gemandateerde eigenaar nodig. Een verbindend adres. Een partij die zich inspant voor het architectuurklimaat en daarin de netwerken organiseert. Dat zou de rijksbouwmeester kunnen zijn, samen met ‘zijn’ College van Rijksadviseurs. Om op zijn Rotterdams te eindigen: ‘Rijk, zorg dat je netwerk op orde is. Wederkerigheid moet je organiseren. Het is wérk.’


Marijke Bovens | oktober | 2020
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via: http://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief 

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

  • Jaarverslag 2019Jaarverslag 2019

    2019 was onder meer het jaar van werkbezoek van minister Ollongren aan onze Federatie. En we richtten de focus op de culturele daad die het bouwen aan een duurzame toekomst vooral óók is.

    lees verder

  • Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteitHandreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit

    Onder de Omgevingswet moeten bijna alle gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen. Die commissie is in de wet verplicht gesteld, en komt in  de plaats van de commissies voor ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten. VNG, FRK en RCE publiceren een ‘Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit’. Niet alleen de letter van de wet, maar ook de geest van de wet en de wensen van de Tweede Kamer komen in de handreiking aan de orde.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit