Bouwcultuur in discussie IMPact op ruimtelijke kwaliteit

Nationale Dialoog Bouwcultuur 2020 in en vlakbij de hangars op voormalig vliegveld Soesterberg. Hier was de aftrap van Het IMPact van Soesterberg. (Foto Bram Petraeus)

De bouwcultuur in Europa moet beter worden, zo bepleit de ‘Verklaring van Davos’. Hierdoor geïnspireerd brachten de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Vereniging Deltametropool een diverse groep van professionals samen uit de wereld van cultuur, erfgoed, landschapsbeheer, ontwerp en ondernemerschap. Samen smeden zij een ambitieus maatschappelijk verbond als een Nederlandse uitwerking van Davos: ‘Het IMPact van Soesterberg’. Fred Feddes treedt op als chroniqueur. Hij doet verslag en geeft reliëf.

Het IMPact van Soesterberg werd gelanceerd tijdens de Nationale Dialoog Bouwcultuur op 5 maart 2020. De deelnemers vormen nu nog een kleine groep van professioneel betrokkenen, maar ze zijn vast besloten hun bereik uit te breiden, en ze hebben er tien jaar voor uitgetrokken. De deelnemers hebben elk een eigen achterban maar nemen ook op persoonlijke titel deel, of zien zichzelf als vertegenwoordiger van het algemeen belang. De tweede bijeenkomst vond online plaats op 5 februari 2021.   


 

‘We hebben dringend een nieuwe, flexibele benadering nodig om onze gebouwde omgeving vorm te geven (...) Een kwalitatief hoogstaande Baukultur komt (...) tot uiting in de toepassing van een bewust, goed doordacht ontwerp bij elke bouwopgave en landschapsontwikkeling, waarbij prioriteit wordt gegeven aan culturele waarden boven economische winst op de korte termijn. Met een kwalitatief hoogstaande Baukultur wordt zodoende niet alleen voldaan aan functionele, technische en economische eisen, maar wordt tevens tegemoetgekomen aan de sociale en psychologische behoeften van de mens. (...)’
Dit statement wordt gemaakt in de Verklaring van Davos (2018), een breed maatschappelijk en cultureel pleidooi voor een hoogwaardige Baukultur, ondertekend door tal van Europese regeringsleiders en maatschappelijke organisaties.

https://davosdeclaration2018.ch/media/Verklaring_van_Davos_2018-def.-nl.pdf  


De noodzaak van samenhang
Het begrip Baukultur in de Verklaring van Davos poneert een vanzelfsprekende band tussen ‘bouwen’ en ‘cultuur’. In Nederland klinkt dat vertrouwd: toen het kabinet in 1991 zijn eerste Architectuurnota presenteerde, was die bedoeld ‘om de samenhang te versterken tussen het bouw- en cultuurbeleid’. Davos revitaliseert dus in zekere zin het architectuurbeleid waarmee Nederland dertig jaar geleden vooropliep. Overigens wordt in de discussie meestal niet ‘Baukultur’ maar het vertrouwde begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ gebruikt.

De tweede IMPact-bijeenkomst begint met een verklaring van eensgezindheid. ‘We zijn het best wel eens waar we heen willen’, zegt een van de deelnemers. Een ander vult aan: ‘Het doel is duidelijk: betere kwaliteit voor iedereen op elke plek.’ Maar wat is kwaliteit? Het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ verandert voortdurend, momenteel weer onder invloed van de grote transitieopgaven, de culturele impuls van Davos, en de procedurele omwenteling door de NOVI.

Sleutelrol
Kwaliteit is per definitie complex en subtiel, en het realiseren van kwaliteit vergt de toewijding en inzet van iedereen. Daar kan het ook misgaan: de keten die noodzakelijk is om kwaliteit te bouwen, is zo sterk als de zwakste schakel. Soms blijft de werkelijk gerealiseerde kwaliteit ver achter bij de retoriek. De keten voor kwaliteit moet daarom sterker worden. Hoe? Vooral door een sterke samenhang te realiseren en vol te houden.
De bindende kracht van het ontwerp heeft hierin een sleutelrol. ‘Het ontwerp zou de verbindingen moeten leggen tussen alle waarden, doelen en partijen.’ En: ‘Integraliteit is van groot belang.’

Uitgekiend
Als voorbeeld van een succesvolle integrale aanpak wordt ‘Ruimte voor de Rivier’ genoemd. Dit programma hanteerde consequent een gelijkwaardige dubbeldoelstelling: verbetering van de waterveiligheid en van de landschappelijke kwaliteit.

De uitgekiende organisatievorm met een strakke centrale sturing en daarbinnen veel ruimte voor de 34 decentrale projecten, was ook een succesfactor. Het programma behaalde beide doelen overtuigend, binnen de planning en binnen het budget. Het is niet goed te begrijpen, zo wordt opgemerkt, dat de werkwijze van ‘Ruimte voor de Rivier’ sindsdien niet de norm is geworden. In het verlengde hiervan wordt genoemd dat ruimtelijke kwaliteit niet alleen van nieuwbouw afhangt maar meer nog van zorgvuldige omgang met het reeds gebouwde, van het erfgoed: ‘Je mag niet stuk maken wat je aantreft, je moet erop voortbouwen.’  

Georganiseerde urgentie
Samenhang en cohesie moeten er niet alleen in het ontwerp zijn maar ook tussen de betrokken partijen. Er is een sterke ‘ketensolidariteit’ in de planvorming en uitvoering nodig: ‘We hebben elkaars netwerken nodig.’
Op zakelijk en persoonlijk vlak geldt dat in een complex project wederzijds vertrouwen onmisbaar is. De noodzaak van samenhang is extra dringend doordat de traditionele verbindende en sturende rol van de overheid is weggevallen. ‘We kunnen niet langer vertrouwen op de overheid’, zo werd in allerlei varianten opgemerkt. Het klonk spijtig maar ook berustend.

Het betekent een aardverschuiving, want de rijksoverheid heeft 75 jaar lang een sleutelrol in de ruimtelijke ordening gespeeld. Haar terugtreden is al langer gaande maar heeft de recente NOVI als voorlopig sluitstuk. De eerste verantwoordelijkheid ligt nu bij lagere overheden en ‘de samenleving’. Niet alleen in de taken en bevoegdheden, ook in de kennisfunctie van de centrale overheid is sterk gesneden. Vakministers zijn een zeldzaamheid, departementen worden geleid door procesambtenaren, de RPD is opgeheven, kenniscentra als RWS zijn verkleind, de adviesraden zijn samengevoegd en gekrompen.
‘Inhoudelijke kennis is in het overheidsapparaat inmiddels weggezakt tot onder salarisschaal 12’, werd al in 2006 geconstateerd door toenmalige Rijksadviseur voor het Landschap, Dirk Sijmons. Alleen het Atelier Rijksbouwmeester en het CRA houden stand als een dapper Gallisch dorpje.

'Centraal wat moet' is nooit goed ingevuld
Het betekent dat waardevolle expertise en ervaringskennis niet vanzelfsprekend beschikbaar is voor wie het nodig heeft. Kennis is gefragmenteerd en moet per geval weer bij elkaar worden gezocht. Veel initiatieven voor kenniscentra leiden een kwetsbaar bestaan.

De krimpende rol van de rijksoverheid is een extra complicatie voor de grote transities en de culturele Davos-impuls. Rond 2000 is het begrip ‘subsidiariteit’ geïntroduceerd voor het ruimtelijk beleid. Het houdt in dat ieder beleid op de best passende bestuurslaag thuishoort. Veel beleid ligt nu bij de provincie of de gemeente, en de Baukultur-impuls is afkomstig van het Europese niveau. Maar wat past in het eigen schaaldomein van de rijksoverheid?

Decennialang benadrukte de doctrine van de terugtredende overheid wat het Rijk níet meer mocht doen, maar het resterende credo ‘centraal wat moet’ is nooit goed ingevuld. Juist nu tonen de coronacrisis en de klimaatcrisis dat het Rijk wel degelijk onvervangbaar is bij grote en urgente opgaven. In tijd van nood wenden burgers zich tot ‘Den Haag’, niet tot het provinciehuis. Waar de rijksoverheid haar eigen beleids- en kennisinfrastructuur heeft afgebroken, valt ze terug op ad hoc-beleid en improvisatie. In het ruimtelijke domein stapelen de opgaven met een landelijke schaal zich op - energie, klimaat, water, verstedelijking, landbouw - terwijl het Rijk naar de regio blijft doorverwijzen.

Fantoompijn
De NOVI komt in werking in een periode waarin juist een daadkrachtige tegengestelde beweging nodig is. De IMPact-deelnemers proberen er voorlopig het beste van te maken. Het afwezige Rijk heeft een soort fantoompijn achtergelaten die nog alom wordt gevoeld. Maar de NOVI is een gegeven, we moeten het zelf doen - de teneur is er een van peptalk, van blijmoedig voorwaarts gaan. Er is werk aan de winkel: ‘Ieder afzonderlijk onderkent de urgentie, maar de som daarvan is nog niet duidelijk gearticuleerd. Er is nog te weinig georganiseerde urgentie.’
De deelnemers gaven zichzelf en elkaar huiswerk: opdrachten voor de volgende stap. Het waren er vijf, die in de komende tijd door deelgroepjes zullen worden uitgewerkt: een nadere omschrijving van het gemeenschappelijke doel of common purpose; ideeën voor verbreding van het deelnemersveld (met het credo: ‘Haal er extra like-minded mensen bij maar bereik ook de niet-like-minded’); het verzamelen van inspirerende voorbeelden; nadenken over het ‘ontschotten’ van publieke en private investeringen; en het inventariseren van mogelijke concrete acties voor IMPact.  

Inclusieve bouwcultuur
De Verklaring van Davos benadrukt dat een hoogstaande Baukultur niet slechts de direct betrokken professionals aangaat maar iedereen, uit alle lagen van de bevolking, jong en oud. Hier heeft IMPact nog wat werk te verrichten.


Fred Feddes: dit ben ik in 1958 op de vierde verdieping van een portiekflat

Alle deelnemers hebben een foto meegenomen van hun geboorteplaats. Samen vertonen ze een goede geografische spreiding, van Groningen tot en met Zeeland en van Rotterdam tot en met Nieuw-Schoonebeek. Maar de sociaaleconomische en -culturele variatie is kleiner.
De middenklasse-plus is oververtegenwoordigd, evenals het platteland. Ook het scala van woonmilieus is beperkt: rijtjeshuizen, portiek-etageflats en de bloemkoolwijken zijn als persoonlijke lieux de mémoire sterk ondervertegenwoordigd.
Daarom wil ik als chroniqueur een bijdrage leveren tot verbreding van de basis, door zelf een vergelijkbare foto aan te bieden. Hier ben ik in 1958 op de vierde verdieping van een portiek-etageflat aan de Rembrandt van Rijnstraat in de Groningse wijk Kostverloren. De flat was klein maar mijn ouders waren er dolblij mee.
Het was een flat van historische betekenis, want in onze portiek was de 500.000ste naoorlogse woning van Nederland gerealiseerd. Minister H.B.J. Witte kwam langs om een fraaie betonplastiek te onthullen. En ja, natuurlijk is de flat inmiddels in het kader van de herstructurering afgebroken, net zoals mijn lagere school en mijn middelbare school zijn gesloopt. De kans is groot dat erover is beslist door mensen die er zelf nooit hebben gewoond. De foto herinnert eraan dat bouwcultuur nog te weinig samengaat met erfgoedcultuur en nog iets te vaak is gelieerd aan een afbraakcultuur.

In opdracht van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Vereniging Deltametropool doet Fred Feddes verslag van de IMPact-bijeenkomsten. Bovenstaande tekst is een ingedikte versie van het verslag van de tweede IMPact bijeenkomst 5 februari 2021.   

Fred Feddes is journalist en publicist. Hij schrijft vooral over ruimtelijke ordening, landschap, stedenbouw, ruimtelijke geschiedenis en Amsterdam. www.fredfeddes.nl      

Het verslag van de Nationale Dialoog Bouwcultuur:
www.ruimtelijkekwaliteit.nl/nieuws/nieuwsbrief/Nieuwsbrief%2052/Dialoog%20Bouwcultuur

Updates, uitnodigingen en agendaberichten van de Nationale Dialoog Bouwcultuur vindt u op www.nationaledialoogbouwcultuur.nl


maart | 2021
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via:
https://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit