De energietransitie als motor vernieuwingGeen gekissebis over modieuze vormen op Federatiecongres 1981

  

Windmolen als trekpleister voor de Landbouw RAI in Amsterdam, 1982 (Foto Hans van Dijk/Anefo)


In 2021 bestaat de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit 90 jaar. Opgericht in 1931 door mr. Dirk Hudig als ‘Federatie van organisaties werkzaam in het belang van de schoonheid van stad en land’. In 2021 besteden we in elke editie van de nieuwsbrief aandacht aan een episode uit deze geschiedenis.

‘Na de vernieuwende werking van Bauhaus en van CIAM is er nu opnieuw behoefte aan een wezenlijke voeding van de discussie over architectuur en stedenbouw in plaats van het gekissebis over modieuze vormen’, sprak de jonge architect Wijbrand Havik in 1981 in Apeldoorn.

De transitie van fossiele naar duurzame energie zal een lang leven beschoren zijn en biedt daarom mogelijk een antwoord op de kortademigheid van architectonische stijldiscussies.

Veertig jaar geleden vierde de toenmalige Federatie Welstandstoezicht zijn halve eeuwfeest met een thema dat we nu nog bij het 90-jarig bestaan moeiteloos zouden kunnen herhalen ‘Nieuwe energietoepassingen en het welstandstoezicht’. Spreker Wijbrand Havik zou decennialang de Groningse welstandsorganisatie Libau leiden, en stond in 1981 aan het begin van zijn loopbaan. Havik had een scherpe blik. De verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt om een totaal nieuwe ontwerpstijl, om een Nieuw Europees Bauhaus, zei commissievoorzitter van de EU, Ursula von der Leyen nog maar een half jaar geleden. Want net als nu werd ook toen het debat over ‘nieuwe energietoepassingen’ gedomineerd door ingenieurs-inzichten over kilowatt-uur, over ‘tiphoogte’ van windmolens en over het draagvlak voor die nieuwe energietoepassingen.

Bestek ‘81
Verschillen zijn er natuurlijk ook. Zeer opmerkelijk is de afwezigheid van het onderwerp klimaatverandering als gevolg van CO2-uitstoot en het verhoogde broeikaseffect. De drijvende kracht achter de energietransitie veertig jaar geleden was de eindigheid van de grondstoffen. Schaarste zou uiteindelijk leiden tot een onacceptabel hoge prijs voor energie, terwijl de economie er uiterst beroerd voor stond. Het kabinet-Van Agt I zette met ‘Bestek ‘81’ vast het mes in de collectieve sector.

Wake-up call was het rapport van de Club van Rome geweest. De oliecrisis van 1973 had het besef gesterkt dat de eenzijdige afhankelijkheid van (eindige) fossiele brandstof onverstandig was. Er kwam energiebeleid op gang.
Op het congres werd bijvoorbeeld gewezen op de beleidsafspraak dat het energieverbruik van huishoudens in het jaar 2000 nog maar 45% mocht bedragen van het verbruik in 1977. Het zijn onmachtige voornemens gebleken, die erg lijken op de reductiedoelstellingen voor CO2-uitstoot die we veertig jaar later opnieuw, op een vergelijkbare manier, met een vergelijkbaar ambitieniveau en tijdshorizon hebben vastgelegd in het klimaatakkoord.

Zonnepaneel onderschat
Een tweede opmerkelijke afwezige in 1981 is het zonnepaneel. Er werd op het congres veel aandacht besteed aan zonne-energie: in de ‘passieve’ vorm door goede stedenbouwkundige oriëntatie van de gebouwen en uitgekiend ontwerp, en in de ‘actieve’ vorm door zonnecollectoren voor het opwarmen van water voor de douche of zelfs voor de ruimteverwarming. Er is al wel sprake van warmtepompen en warmtewisselaars, maar de elektriciteit producerende zonnecel werd slechts zijdelings behandeld. Door de hoge kostprijs van zonnecellen, zo werd voorspeld, zou het nog vele jaren duren voordat die techniek voor de gebouwde omgeving toepasbaar zou worden. Expert ir. T.G. Potma van het Centrum voor Energiebesparing voorspelde zelfs dat zonne-energie nooit een belangrijke bijdrage aan de energievoorziening zou leveren.

Overdenken waard
Kwam er iets zinnigs uit, uit dat congres van 1981? De scherpe blik van Havik over Bauhaus en CIAM resoneert door in Panorama Nederland van de Rijksbouwmeester en in de Nationale Dialoog Bouwcultuur die de Federatie vorig jaar is gestart. Beide gebruiken de grote transities om het verlangen naar een nieuwe, wezenlijke discussie over de vormgeving van onze steden, dorpen en landschappen.

En Havik had nog een paar opmerkingen die het overdenken waard zijn. Over het isoleren van de buitengevel van bestaande woningen, bijvoorbeeld. Met het afpleisteren van een isolatielaag is niet veel mis, maar namaakbaksteen op een bitumenlaag, dat vond hij merkwaardig. Probleem is de aansluiting van de dikkere laag op kozijnen en dakgoten. Daarnaast, stelde Havik, hoort de keuze tussen behoud van het bestaande beeld (baksteenarchitectuur bijvoorbeeld) versus de gepleisterde isolatiegevel niet thuis op het bordje van de welstandscommissie. ‘Duidelijke beleidsuitspraken zijn gewenst’.

En de windmolens? ‘Welstandshalve’ zag Havik hier geen probleem. Het gaat vooral om de plaatsing. Waar zijn ze acceptabel? Welnu: op industrieterreinen zal het zelden een probleem zijn omdat het utilitaire karakter van de molen en van het terrein samenvallen. In binnensteden en dorpen zullen windmolens problematisch zijn vanwege de windvang. Maar in nieuwe uitleggebieden kan een windmolen een markant herkenningspunt worden, en dan kan de plaatsing tevens gecombineerd worden met groenvoorziening in de wijk. En in het buitengebied? ‘Men kan stellen dat windmolens thuishoren in windrijke, bos- en bebouwingsarme gebieden’, aldus Havik in 1981. 


Flip ten Cate | maart | 2021
Aanmelden voor de nieuwsbrief Federatie Ruimtelijke Kwaliteit kan via:
https://www.ruimtelijkekwaliteit.nl/aanmelden-nieuwsbrief

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit