Brief aan de formateurs maart 2026
Amersfoort, maart 2026
Geachte formateurs en gesprekspartners,
U staat in uw formatie en bij de vorming van het coalitieakkoord voor uw gemeente voor een grote opgave. De ruimtelijke uitdagingen in heel Nederland zijn omvangrijk en vragen om doordachte keuzes. Gemeenten vervullen daarbij een sleutelrol in het realiseren van alles wat onze samenleving nodig heeft: van voedsel- en energievoorziening tot woningen, werkplekken en leefomgevingen waar mensen zich thuis voelen.
In deze brief benoemen wij een aantal aspecten die van cruciaal belang zijn voor het behoud én de verdere ontwikkeling van een mooi, leefbaar en duurzaam Nederland. We hopen dat deze inzichten u helpen om in uw coalitiebesprekingen tot concrete afspraken te komen.
Nederland is bezig met een ingrijpende ruimtelijke transformatie, en het Rijk neemt weer wat regie in haar (Ontwerp-)Nota Ruimte. Voor de daarin voorgestelde aanpak van maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, landbouw, defensie, natuur, energie en klimaat zal volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de komende jaren circa 10% van het land van functie veranderen. Dit vraagt om zorgvuldige ruimtelijke keuzes op lokaal en regionaal niveau. Behoud en versterking van een goede omgevingskwaliteit is daarbij de rode draad. Alleen zo blijft Nederland ook na deze grote verbouwing een land waar het prettig wonen, werken en leven is.
Tegelijkertijd staat de bouweconomie onder druk. Grondprijzen stijgen sterk, grondstoffen worden duurder door de internationale situatie en capaciteit is schaars. Dat zet maatschappelijke doelen onder spanning. Nationale deregulering alleen biedt hiervoor geen structurele oplossing. Zonder aandacht voor de onderliggende problemen – zoals beschikbaarheid van grond, materialen en capaciteit – leidt deregulering slechts tot een lagere kwaliteit van de leefomgeving.
De wooncrisis laat zien hoe complex het systeem is. Financiële, ruimtelijke en sociale factoren beïnvloeden elkaar. Wie dat systeem beter wil begrijpen, kan de film De machinerie van de volkshuisvesting bekijken van Carlijn Kingma en Thomas Bollen. Herijking van het systeem, door hernieuwde aandacht voor het woonrecht, zal voor echte vooruitgang zorgen.
Juist in deze context is het belangrijk om te benadrukken: kwaliteit is een voorwaarde voor versnelling. Wanneer gemeenten, ontwerpers, opdrachtgevers en bouwers vanaf het begin samen kwaliteitsambities formuleren en borgen, ontstaan betere plannen die sneller gerealiseerd kunnen worden.
Dit vraagt wél om een andere manier van werken: integraal en met heldere kaders aan de voorkant. Zo voorkom je aanpassingen achteraf, langdurige discussies en kostbare vertragingen. Kwaliteitszorg versnelt dan juist het proces. En juist daar zit de crux van uw werk in de komende vier jaren.
Vier aandachtspunten voor gemeenten bij het borgen van omgevingskwaliteit
Om ook onder de huidige omstandigheden te blijven werken aan goede omgevingskwaliteit, zien wij vier ontwikkelingen die nadrukkelijk om aandacht vragen:
- 1. De bouweconomie vraagt aandacht
Grondprijzen, grondstofprijzen en capaciteit vragen in de bouwopgaven specifieke aandacht van uw college.
Schaarste aan grondstoffen, stijgende materiaalprijzen en beperkte capaciteit maken versnelling lastig. Dit vraagt bijvoorbeeld om inzet op industrialisering van de bouw én om slimmere samenwerkingen. Denk bijvoorbeeld aan publiek-private partnerschappen, modulaire bouwmethoden die passen bij de plek, en vroegtijdige afstemming tussen gemeenten en marktpartijen. Ook regionale biobased initiatieven verdienen uw aandacht.
Ook uw te voeren grondbeleid is hierin cruciaal. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld sturen via strategische grondaankopen, het inzetten van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten, het tegengaan van speculatie en leegstand en het stimuleren van maatschappelijk eigendom en coöperaties.
- 2. Randvoorwaarden vragen aandacht
Mobiliteit, netcapaciteit, water en stikstof zijn bepalend voor wat wél en niet kan. Veel daarvan ligt buiten directe gemeentelijke invloed, maar gemeenten kunnen wel:
- vroegtijdig afstemmen met netbeheerders, waterschappen en provincies;
- mogelijke knelpunten al in de planfase meenemen;
- ambities koppelen aan realistische randvoorwaarden.
Zo voorkom je vertraging later in het proces.
- 3. De lokale en regionale bouwcultuur vraagt aandacht
Goede projecten ontstaan vanuit een sterke regionale bouwcultuur. Alle relevante partijen moeten vanaf het begin betrokken worden volgens de “Schijf van Vijf van de bouwcultuur”: opdrachtgevers/corporaties, ontwikkelaars, ontwerpers, bouwers en overheid. Met de maatschappelijke opgave en de toekomstige gebruiker in het hart van de schijf van vijf – en van iedere deelnemende partij.
Door deze samenwerking vroeg te organiseren, kan kwaliteit beter worden verankerd en besluitvorming worden versneld. Het resultaat: Toekomstbestendige projecten die passen bij de plek én bij de mensen die er gaan wonen, werken en leven.
- 4. De doorontwikkeling van de Omgevingswet vraagt aandacht
De Omgevingswet vraagt gemeenten om anders te werken, waarbij kwaliteitsbeleid en -advisering vanaf het begin integraal onderdeel zijn van de planvorming. Dat vraagt iets van de inrichting van de ambtelijke capaciteit en werkprocessen (zie punt 3) en van de inrichting van het gemeentelijk beleid en instrumenten. Inmiddels zijn er al veel instrumenten en bouwstenen beschikbaar om die kwaliteit ook daadwerkelijk te borgen.
Gebruik deze bouwstenen actief bij visie- en beleidsvorming. Ze bieden concrete handvatten voor het structureren van projecten: van ambitie en samenwerking tot proces, instrumentarium en toetsing. Zo wordt kwaliteit geen sluitstuk, maar een vertrekpunt.
Daarbij is lokaal maatwerk essentieel. Goed afgestemde regels en kaders zorgen voor duidelijkheid, versterken het democratisch draagvlak en doen recht aan de eigenheid van een plek.
Tegelijkertijd is er behoefte aan vereenvoudiging van regelgeving en instrumenten. Wij pleiten daarom voor:
- – een compact en overzichtelijk “beleidshuis” waarin lokaal beleid logisch samenkomt;
- – duidelijke maatschappelijke prioriteiten per gebied, zodat keuzes voor woningbouw, energie, voorzieningen en infrastructuur aansluiten bij lokale behoeften en opgaven;
- – heldere en ambitieuze kwaliteitskaders, met een balans tussen:
- concrete, oplossingsgerichte (gesloten) regels voor snelheid en voorspelbaarheid
- ambitiegerichte (open) kaders voor ruimte, creativiteit en maatwerk.
Door deze samenhangende aanpak kunnen gemeenten de Omgevingswet benutten zoals bedoeld: als instrument om kwaliteit en versnelling te combineren.
Adviescommissies en andere kwaliteitsadviseurs zoals supervisoren, kwaliteitsteams en bouwmeesters zijn onmisbaar om dit samen met en voor uw gemeente vorm te geven. Mits goed gepositioneerd, kunnen zij juist bijdragen aan versnelling van maatschappelijke opgaven. Daarvoor is het belangrijk dat zij vroeg betrokken worden bij initiatieven en goed zijn ingesloten op de ambtelijke organisatie. Niet als sluitstuk, maar als partner aan de voorkant.
Kwaliteit is geen extra laag, maar een voorwaarde voor goede voortgang en voor leefomgevingen die gezond en sociaal sterk zijn. Dat vraagt om aanpassing van zowel het beleidshuis als de werkprocessen. Door kwaliteitsadvisering eerder in het proces te organiseren, krijgt zij een actievere rol in het omgevingsbeleid. Zo kan kwaliteit daadwerkelijk gaan functioneren als versneller van maatschappelijke ontwikkeling.
De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de bij ons aangesloten regionale kennis- en adviesinstellingen kunnen bij de (her)inrichting hiervan een ondersteunende en versterkende rol vervullen. Meer informatie kunt u vinden via de website van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit of van de regionale organisaties Dorp, Stad en Land, Gelders Genootschap, Het Oversticht, hûs en hiem, Libau, MOOI Noord-Holland en MooiSticht. In de bijlage treft u ook een algemeen artikel met Q&A over kwaliteitsbeleid aan, dat u hier ook online kunt lezen. Voor vragen of toelichting kun u ons bereiken op 06-46055051.
Bovenstaande brief kunt u ook hier downloaden