federatie ruimtelijke kwaliteit
  • Nieuws
  • Agenda
  • Programma's en projecten
  • Dossiers
  • Loket
  • De Federatie
  • Contact

Vaak gezocht:

  • industriële woningbouw
  • netverzwaring
  • bouwcultuur
  • mooiwaarts

Werken aan verbinding en verbondenheid in de grote stad: het voorbeeld van woongebouw SAWA in Rotterdam

11.12.2025 — Artikel

Beeld: Ossip van Duivenbode

Het was een feestelijk moment medio november, in het Rotterdamse Lloydkwartier. Koningin Máxima opende daar het woongebouw SAWA, dat nagenoeg geheel uit hout is opgetrokken. In termen van fysieke duurzaamheid is dat een bijzondere prestatie, maar het project heeft ook qua sociale duurzaamheid een brede betekenis. SAWA staat daarmee voor een nieuwe generatie projecten die oog hebben voor de mens van nu en morgen. Het is een benadering die doorklinkt in de hele stad.

 

Duurzaamheid in Rotterdam is een onderwerp dat zich op uiteenlopende schaalniveaus afspeelt en daarmee raakt aan de nodige andere ambities. Op het stedelijk niveau, zo licht wethouder Wonen Chantal Zeegers (D66) toe tijdens de perspresentatie van het project SAWA, gaat het om het samengaan van stedelijke groei, betaalbaarheid en duurzaamheid. De woningnood is hoog in de havenstad: een kleine 90.000 huishoudens staan op de wachtlijst voor een sociale huurwoning, terwijl er jaarlijks slechts een kleine 7.000 beschikbaar komen. Niet voor niets zet de gemeente daarom in op een nieuwbouwprogramma van 4.000 woningen per jaar, waarvan 60 procent betaalbaar. Het zijn woningen die kwaliteit moeten hebben (ook qua architectuur) en duurzaam moeten zijn, aldus Zeegers, en voor iedereen financieel bereikbaar: ‘Duurzaamheid mag niet iets zijn voor de happy few. Daar is ons Duurzaam Doorbouwen-programma nadrukkelijk op gericht, met een focus op CO2-neutraal, biobased en circulair. Maar ook op het behoud van de middengroepen voor de stad. SAWA staat wat dat betreft voor de next generation gebouwen die we in Rotterdam willen realiseren.’

Aan de lat
Zeegers geeft aan dat de gemeente zelf het nodige kan doen om goed en betaalbaar wonen voor alle Rotterdammers bereikbaar te maken – bijvoorbeeld door subsidies te geven. ‘Duurzaamheid is óók een politieke keuze, dat zien we maar aan Londen waar de burgemeester onlangs gedwongen werd door de gemeentepolitiek om het aandeel betaalbare nieuwbouw terug te schroeven van 40 naar 20 procent. In Rotterdam is iedereen zich gelukkig bewust van de urgentie van het woningvraagstuk en blijven we inzetten op betaalbaarheid.’ Ook andere partijen zoals projectontwikkelaars en woningcorporaties staan hiervoor aan de lat, zegt de wethouder: ‘Wij proberen dat vooral door samenwerking te bewerkstelligen, in plaats van weer een nieuw protocol op te stellen. We zetten in op een learning community met onze mede-stadsmakers. Samen kunnen we Rotterdam verder brengen en Rotterdammers aan deze stad binden.’

Testgebied
Dat de stad daarbij vernieuwing en experiment niet schuwt en open staat voor het gesprek met een veelheid aan partijen, blijkt uit de manier waarop op gebiedsniveau aan de stad van de toekomst wordt gewerkt. Gemeentelijk planoloog Walter de Vries laat aan de hand van het transformatiegebied M4H (het havengebied Merwe-Vierhavens, op de noordoever van de Maas) zien welke rol de gemeente daarbij pakt. ‘We beschouwen het als een testing ground voor zowel de toekomst van de stad als die van de Rotterdamse haven.’ In dat licht past een intensieve samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam, zo geeft De Vries aan. ‘In de decennia die achter ons liggen, hebben we bij de haventerreinen een ontwikkeling gezien van port out, city in. Havenactiviteiten verdwenen, het werden woongebieden.’ Die trend wordt bij M4H doorbroken, in het middengebied blijft het Havenbedrijf met een campus actief: ‘Lerend van de ervaringen bij de herontwikkeling van het RDM-gebied, waarbij in een campus een mix van onderzoek, onderwijs, ontwerp en bedrijvigheid is ontstaan, zetten we – gemeente en Havenbedrijf gezamenlijk – in op een concept waarmee we zowel werknemers aan Rotterdam binden als de maakindustrie en logistiek toekomstbestendig maken.’ In het gebied bevinden zich namelijk al veel innovatieve ondernemers en de kunst is om daarop voort te bouwen, aldus De Vries. ‘In samenspraak met hen hebben we energie, mobiliteit en infrastructuur als leidende thema’s geformuleerd. Het zijn onderwerpen die richting geven maar die tegelijkertijd voldoende flexibel zijn voor een langjarige gebiedstransformatie als M4H. Daarbij hebben we duurzaamheid uitgewerkt in acht principes, die onder meer ingaan op de collectieve inzet. Iedereen moet een steentje bijdragen, van de ondernemers tot en met de projectontwikkelaars die hier aan de slag gaan.’ De innovaties rondom duurzaamheid krijgen inmiddels al een plek in het gebied – zelfsturende voertuigen, gerecycled asfalt, sponstuinen, een stadsbrouwerij die gebruik maakt van de restproducten van de stadslandbouw – en maken zo de ambitie van gemeente, het Havenbedrijf en de aanwezige ondernemers tastbaar voor het grote publiek. 

Druk op openbare ruimte
Het werken aan verbinding in de stad via de lijn van duurzaamheid vindt ook plaats door vergroening, zo geeft landschapsarchitect Sander Klaassen aan. Met het programma ‘Green Watercity 2050’ wordt er meer en beter groen aangelegd en wordt het groen ook beter verbonden. Met de keuze van de stad om te verdichten bínnen de grenzen van het bestaand stedelijk gebied, neemt namelijk ook de druk op de open ruimte toe. ‘Voor huidige en toekomstige generaties is het zaak om de leefbaarheid van Rotterdam te bewaken. In fysiek opzicht – denk aan hittestress, drinkwatervoorziening – maar ook in sociaal opzicht: gezondheid, maatschappelijke cohesie, samenleven. Groen is daarmee niet een nice to have maar essentieel voor een goed functionerende stad.’ 

Landschapskaart
Eenvoudig is de opgave niet: een bevolkingsgroei met 120.000 huishoudens tot 2050 vraagt om maar liefst 1.000 ha extra groen en water. Klaassen maakt duidelijk dat het ook hier om een gelaagde ambitie gaat: van het groen direct bij de voordeur tot met de toegang tot regionale parken. De gemeente kan daarbij zelf sturen – zij heeft 40 procent van de benodigde gronden zelf in handen – maar is voor het resterende deel afhankelijk van de inzet van private anderen. ‘Ook hiervoor geldt dus: we moeten het samen doen.’ Aan de hand van een landschapskaart die de gemeente heeft opgesteld, wordt gestuurd op het opnemen van groen in de grotere gebiedsontwikkelingen, maar ook in bestaand stedelijk gebied. ‘In principe nemen we in elk programma van eisen groen en water nu mee. Daardoor kan deze ambitie worden afgewogen tegen andere; het is niet zo dat het achteraf nog even aan een project wordt toegevoegd.’ Het gaat dan om projecten als Maaspark – waar kansen liggen voor getijdenlandschappen – tot en met het ‘rondje bruggen’ dat Rotterdammers verleidt om meer te gaan bewegen.

Gelaagde stad
Bijzonder aan de Rotterdamse aanpak is dat duurzaamheid sinds kort tevens een prominente rol speelt in het lokale beleid voor de omgevingskwaliteit. En ook daarin komen de diverse schaalniveaus van de stad weer terug, zo maakt wethouder Zeegers duidelijk: ‘Rotterdam is een gelaagde stad waarin de verschillende tijdsperiodes zichtbaar zijn en die identiteit koesteren we ook: we omarmen de diversiteit. In het nieuwe beleid dat we eind 2024 hebben vastgesteld, hebben we daartoe een set van richtlijnen opgesteld, die beginnen bij de stedenbouwkundige context van een project en dan via het gebouw zelf afdalen naar de details. Waarbij in de eerste plaats de stedenbouwkundige situering goed moet zijn – wat doet een project voor de straat, voor de plek – en daarbinnen is vervolgens ruimte voor opdrachtgevers en ontwerpers om keuzes te maken voor het architectonisch ontwerp. Op die manier voorkomen we dat we teveel voorschrijven, maar we bewaken wel de kwaliteit.’ Bijzonder is ook de noviteit dat de principes van duurzaam bouwen, biodiversiteit en circulariteit in de onlangs geactualiseerde nota omgevingskwaliteit van Rotterdam zijn opgenomen als beoordelingscriterium. Bij het beoordelen van een bouwproject wordt expliciet de impact op het milieu meegenomen.

Kavel lag braak
En daarmee komen we op het schaalgebouw van het duurzame stadsgebouw uit: het nagenoeg geheel houten woongebouw SAWA, gelegen op het schiereiland van het Lloydkwartier. Een gebied dat al de nodige tijd wordt herontwikkeld en waarbij nieuwbouw en herbestemming elkaar afwisselen. Architectenbureau MEI Architects was bij diverse projecten betrokken en pakte een kleine tien jaar geleden de koe bij de horens: door de crisis lag er lange tijd nog een kavel braak, zou dat geen goede plek zijn voor een duurzaam nieuw woongebouw? De gemeente stond open voor de gedachte en stelde ontwikkelaars NICE (waar MEI mede deel van uitmaakt) en ERA Contour om met een concept te komen. MEI-oprichter Robert Winkel stelt dat de crux van het project erin ligt dat de ambities bewust zijn gestapeld: ‘We wilden laten zien dat het anders kan: én woningen bouwen, én duurzaam, én betaalbaar.’ Doordat de betrokken partijen genoegen namen met een bescheiden rendement, kon de winst in de kwaliteit van het gebouw gestopt worden. Dat leidde bijvoorbeeld tot veel grotere buitenruimtes dan wettelijk zijn voorgeschreven. Waar veel woongebouwen niet verder komen dan een balkon van 4 m2, zijn ze bij SAWA gemiddeld 40 m2 groot. De terrasvormige uitvoering van het gebouw draagt hier in belangrijke mate aan bij. Waarbij de terrassen ook nog eens aan Indonesië doen denken, een van de bestemmingen van de schepen die hier vroeger vertrokken.

Sociaal inclusief
Deze benadering maakte het mogelijk om duurzaamheid een brede invulling te geven. Programmatisch bijvoorbeeld, door de keuze voor middenhuurwoningen en een woningtoewijzing waarin doorstromers uit de aangrenzende buurt voorrang kregen. De voorrang gold ook voor bewoners met een aantoonbaar maatschappelijk beroep (zorg, onderwijs, politie), die van belang zijn voor het goed functioneren van de stad in maatschappelijk opzicht – en dus daarvoor behouden moeten worden. ‘Sociaal inclusief’ is SAWA derhalve ook, met veel aandacht ook voor het samen leven van de bewoners en het voorkomen van eenzaamheid. Onderzoek wijst uit dat veel Rotterdammers zich eenzaam voelen: 33 procent van de jongeren en meer dan 50 procent bij alle volwassenen. Het loont daarom om in te zetten op een woonomgeving die ontmoeting – al is het maar een groet – stimuleert.  

30 ton staal
SAWA is verder ook natuurinclusief en biodivers (met groene gevels, nestkasten en de door de bewoners zelf onderhouden binnentuin). En niet in de laatste plaats is er gewerkt met duurzame materialen. De enige smet op het geheel vormt de toepassing van 30 ton staal, die nodig was om een gat in het gebouw mogelijk te maken. Het bestemmingsplan maakte dit noodzakelijk, opdat er vanuit het naastgelegen gebouw door RTV Rijnmond met blijvend zicht op de Maas gefilmd zou kunnen worden (met name bij het wekelijkse interview met de burgemeester, waar ook inwoners aan deelnemen). Het wrange feit doet zich voor dat de opnamestudio’s inmiddels zijn verplaatst naar de begane grond en het doorzicht dus niet meer noodzakelijk is.  

Kennis van 2016
Voor de bij SAWA betrokken partijen is het gebouw – het eerste circulaire houten woongebouw in Europa en inmiddels al 16 keer onderscheiden – een belangrijke stap om ook elders met houtbouw-projecten aan de slag te gaan. De belangstelling is er in ieder geval; de ontwikkelaars en ontwerpers maakten onlangs hun opwachting in Parijs, waar het gemeentebestuur mogelijk houten torens wil toevoegen aan het gebied La Défense. Zoals Robert Winkel het uitdrukt: ‘Dit gebouw is ontwikkeld met de kennis van 2016, we deden het intuïtief. We moeten blijven innoveren. SAWA is het begin en zeker niet het einde van de zoektocht.’ De urgentie om duurzaam te bouwen is namelijk alleen maar groter geworden: ‘In 2027 worden de voor de bouw beschikbare CO2-budgetten al overschreden. We moeten in actie komen, er is geen weg terug.’ Daarbij past de meer activistische rol van zijn architectenbureau, zo geeft Winkel aan: ‘Op deze manier – als mede-ontwikkelaar – zitten we meer aan het stuur. We zijn stakeholder binnen het project en op die manier krijgen we meer relevantie; we wachten niet op anderen maar pakken zelf de maatschappelijke problemen aan. Dat is dus ook mijn aanbeveling aan anderen: kom van die achterbank af en ga meedoen.’ De wijze waarop in Rotterdam aan de stad wordt gewerkt en waarbij het experiment niet geschuwd wordt, kan daarbij zeker als inspiratie dienen.

Kees de Graaf

 

Beeld: Ossip van Duivenbode

volgend item

nieuwsoverzicht

Artikel

nieuwsarchief

federatie ruimtelijke kwaliteit

Nieuwsbrief

Blijf je graag op de hoogte van alles wat betrekking heeft op ruimtelijke kwaliteit en onze organisatie?

Schrijf je dan nu in voor de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit nieuwsbrief

Contact

Oude Fabriekstraat 1
3812 NR Amersfoort
info@ruimtelijkekwaliteit.nl
Linkedin
Routebeschrijving
  • © 2026 federatie ruimtelijke kwaliteit
  • cookies en privacybeleid
  • disclaimer
  • colofon