05-06-13Rotterdam, kiosk, openbare ruimte

Rotterdam, uitbreiding van kiosk, welstand en openbare ruimte
De afwijzing van de gevraagde vergunning wordt mede gebaseerd op het negatieve welstandsadvies, en verder op strijd met het bestemmingsplan. De welstandscommissie meent dat door het bouwplan het kleinschalige karakter van de kiosk verdwijnt, waardoor de kwaliteit van de openbare ruimte wordt aangetast. Zo geformuleerd spreekt het welstandsadvies zich dus niet uit over de kwaliteit van het bouwplan in relatie tot zijn omgeving, maar over de kwaliteit van de omgeving die te lijden zou hebben van het bouwplan.
De Raad van State wijst er op dat het welstandsoordeel zich planologisch moet richten naar de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, of de ruimte die b&w voornemens zijn te bieden. B&w willen planologisch niet meewerken aan het bouwplan, en daarom is het juist dat de welstandscommissie de omvang van het bouwwerk in relatie tot de kwaliteit van de openbare ruimte mag betrekken bij het welstandsadvies.
De Raad van State heeft er dus geen bezwaar tegen dat de welstandscommissie de kwaliteit van de openbare ruimte centraal stelt, in plaats van de kwaliteit van het bouwplan.

LJN: CA2098, Raad van State , 201209546/1/A1
Datum uitspraak:    05-06-2013
Datum publicatie:    05-06-2013
Rechtsgebied:    Bouwen
Soort procedure:    Hoger beroep
Inhoudsindicatie:    Bij besluit van 9 maart 2012 heeft het dagelijks bestuur geweigerd aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een kiosk aan de achterzijde op het perceel [locatie] te Rotterdam.
Vindplaats(en):    Rechtspraak.nl
Uitspraak
201209546/1/A1.
Datum uitspraak: 5 juni 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2012 in zaak nr. 12/1718 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

het dagelijks bestuur.

Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2012 heeft het dagelijks bestuur geweigerd aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een kiosk aan de achterzijde op het perceel [locatie] te Rotterdam.

Bij uitspraak van 29 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 9 maart 2012 vernietigd en bepaald dat het dagelijks bestuur een nieuwe beslissing op bezwaar neemt. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 mei 2013, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. J.M. den Boer, werkzaam bij de deelgemeente Delfshaven, en [wederpartij] bijgestaan door mr. M.P.PH.M. Weerts, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Op het perceel staat een kiosk met een breedte van 6 m en een lengte van 4 m. Het bouwplan voorziet in het uitbreiden van de kiosk naar een lengte van 6 m.

2. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Middelland/Het Nieuwe Westen" heeft het perceel waarop de kiosk in de huidige omvang staat de bestemming "Gemengde Bebouwing I".

Ingevolge artikel 20, eerste lid, van de planvoorschriften, zijn de gronden, aangewezen voor "Verkeersweg", bestemd voor:

a. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, trambanen met bovenleidingen, tramhaltes, fietspaden, parkeerplaatsen, ondergrondse parkeervoorzieningen, met de daarbij behorende kunstwerken zoals viaducten, bruggen, duikers;

b. voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven;

c. groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen;

d. openbare nutsvoorzieningen;

e. de bestemmingen leiding , waterkering , archeologisch waardevol gebied A, B, C en D en hoofdwatergang , voor zover deze gronden op de plankaart mede als zodanig zijn aangewezen.

Ingevolge het derde lid mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, te weten:

a. de in het eerste lid bedoelde kunstwerken:

b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals portalen ten behoeve van de bewegwijzering, straatmeubilair, verfraaiingelementen, tramhaltes, reclame-inrichtingen, al dan niet ondergrondse afvalcontainers, openbare nutsvoorzieningen, zomede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard zoals een brug, een duiker.

3. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bij het besluit van 9 maart 2012 van de verkeerde bestemming is uitgegaan. De gronden waarop de uitbreiding van de kiosk is voorzien hebben niet de bestemming "Voorzieningen van openbaar nut".

3.1. De Afdeling stelt vast dat de uitbreiding van de kiosk is voorzien op gronden met de bestemming "Verkeersweg". De rechtbank heeft dat niet onderkend.

4. Ten aanzien van de door de rechtbank ten overvloede gemaakte opmerkingen overweegt de Afdeling dat de rechtbank hierbij vooruitgelopen is op de door het college na vernietiging van het bestreden besluit nieuw te nemen besluit. Nu deze opmerkingen niet aan het dictum ten grondslag zijn gelegd, kunnen zij niet worden aangemerkt als rechtsoverwegingen die het bestuursorgaan op grond van het eerste deel van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bij het nemen van een nieuw besluit in acht dient te nemen. Hetgeen het dagelijks bestuur naar aanleiding van deze opmerkingen in hoger beroep heeft aangevoerd, behoeft derhalve in dit verband geen bespreking.

5. Het hoger beroep is gegrond.

6. De Afdeling zal alsnog de door [wederpartij] aangevoerde beroepsgronden beoordelen.

7. [wederpartij] betoogt dat het dagelijks bestuur niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om niet van het bestemmingsplan af te wijken. Daartoe voert zij aan dat de uitbreiding van twee meter aan de achterzijde leidt tot een minimale aantasting van de zichtlijnen. In dat verband wijst zij op aantasting van zichtlijnen door kiosk Peppie aan de overzijde van de weg en door de viskiosk aan het Heemraadsplein. Verder voert [wederpartij] aan dat de kiosk in strijd is met de Economische Visie en de toelichting op het bestemmingsplan, omdat zij ten onrechte niet dezelfde mogelijkheden krijgt als een winkel, terwijl een kiosk volgens de definitie van het begrip "winkel" ook een winkel betreft. Voorts voert [wederpartij] aan dat het dagelijks bestuur zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand, nu het bouwplan voldoet aan het kader van de welstandstoetsting, de kleinschaligheid van de kiosk zal blijven bestaan is en dit ook geen rol speelt bij beoordeling van de welstand.

7.1. Gelet op het bepaalde in artikel 20, eerste en derde lid, is de uitbreiding van de kiosk ter plaatse niet toegestaan.

De beslissing al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan behoort tot de bevoegdheden van in dit geval het dagelijks bestuur, waarbij het dagelijks bestuur beleidsvrijheid heeft en de rechter zich, bij de toetsing daarvan, moet beperken tot de vraag of het dagelijks bestuur in redelijkheid tot zijn besluit om niet af te wijken van het bestemmingsplan heeft kunnen komen.

7.2. Het dagelijks bestuur heeft aan de weigering om omgevingsvergunning te verlenen ten grondslag gelegd, dat door de uitbreiding van de kiosk de zichtlijnen op het groen van de Claes de Vrieselaan verdwijnen. In dat verband heeft het dagelijks bestuur gesteld dat door uitbreiding van de kiosk de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving zal afnemen en de leesbaarheid van de stad en de oriëntatie op de omgeving kleiner zal worden. Voorts heeft het dagelijks bestuur zich op het standpunt gesteld dat het vast wenst te houden aan de bebouwingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Door realisering van het bouwplan wordt de kiosk een winkel waarvan er zich al genoeg in de omgeving bevinden, en verdwijnt het karakter van de kiosk, aldus het dagelijks bestuur.
7.3. In hetgeen [wederpartij] heeft aangevoerd bestaat geen grond voor het oordeel dat het dagelijks bestuur zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen, dat de uitbreiding aan de achterzijde van de kiosk leidt tot een aantasting van de zichtlijnen. Hoewel de zichtlijn in de lengte van de kiosk op het groen van de Claes de Vrieselaan niet wijzigt, is dit wel het geval voor de zichtlijnen vanaf de Nieuwe Binnenweg.

Het dagelijks bestuur heeft zich voorts op het standpunt kunnen stellen dat hoewel de kiosk die aan de overzijde van de weg staat, eveneens de zichtlijnen aantast, het een verdere aantasting van de zichtlijnen niet aanvaardbaar acht. Daarbij heeft het dagelijks bestuur terecht van belang geacht dat de kiosk die aan de overzijde van de kiosk is gelegen, zich geheel binnen de bestemming "Gemengde bebouwing I" bevindt.

Het dagelijks bestuur heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de viskiosk aan het Heemraadsplein geen gelijk geval betreft. Deze viskiosk is geplaatst aan de open zijde van het Heemraadsplein en is daarmee anders gesitueerd dan de kiosk van [wederpartij] op de kop van een groenstrook in het midden van de Claes de Vrieselaan.

7.4. In de toelichting behorend bij het bestemmingsplan "Middelland/ Het Nieuwe Westen" staat dat de bestemming "Gemengde Bebouwing I" mogelijk maakt de begane grond te gebruiken voor zowel winkel, bedrijven, kantoren en maatschappelijke voorzieningen als voor wonen. In de Ruimtelijk-Economische Visie van Delfshaven wordt gesteld dat de bedrijfsruimten worden behouden of ontwikkeld voor een breed spectrum aan ondernemers en branches om zo voor een groot mogelijk aantal ondernemers initiatieven mogelijk te maken. Deze flexibiliteit wordt bereikt met toepassing van de ruime bestemming "Gemengde Bebouwing I". De flexibiliteit heeft het voordeel dat leegstand wordt voorkomen.

Nu de voorziene uitbreiding van de kiosk niet is gelegen op gronden met de bestemming "Gemengde Bebouwing I", heeft het dagelijks bestuur zich terecht op het standpunt gesteld dat de beoogde flexibiliteit geen betrekking heeft op gronden zonder deze bestemming.

7.5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 oktober 2012, in zaak nr. 201200142/1/A1) mogen burgemeester en wethouders aan een welstandsadvies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat burgemeester en wethouders het niet, of niet zonder meer, aan zijn oordeel over de welstand ten grondslag hebben mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders, indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundige, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota in acht te nemen criteria.

Aan de weigering om een omgevingsvergunning te verlenen heeft het dagelijks bestuur onder meer het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten (hierna: de welstandscommissie) van 30 juni 2011 ten grondslag gelegd. De welstandscommissie heeft geadviseerd dat het bouwplan niet aan de redelijke eisen van welstand voldoet, omdat door realisering van het bouwplan een bouwwerk ontstaat met een volume dat het kleinschalige karakter van een kiosk overschrijdt, waardoor de kwaliteit van de openbare ruimte wordt aangetast. De welstandscommissie dient zich bij haar toetsing in beginsel te richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, dan wel, indien het bouwplan daarvan afwijkt, die waaraan het dagelijks bestuur planologische medewerking wenst te verlenen. Nu dergelijke bouwmogelijkheden ontbreken, is geen grond aanwezig voor het oordeel dat de omvang van het voorziene gebouw in relatie tot ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte niet bij het welstandsadvies kan worden betrokken. Hoewel [wederpartij] het welstandsadvies heeft bestreden, heeft zij geen tegenadvies overgelegd van een deskundige ter bestrijding van het welstandsadvies. Gelet hierop en nu het welstandsadvies naar inhoud of wijze van totstandkoming ervan geen gebreken vertoont, heeft het dagelijks bestuur dit advies aan zijn besluit van 9 maart 2012 tot weigering van de omgevingsvergunning ten grondslag kunnen leggen.

7.6. Gelet op het vorengaande heeft het dagelijks bestuur in redelijkheid tot zijn besluit om niet af te wijken van het bestemmingsplan kunnen komen.

Het betoog faalt.

7.7. Gelet op hetgeen onder 7.6 is overwogen behoeft het betoog van [wederpartij] dat het dagelijks bestuur zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat omgevingsvergunning niet kan worden verleend, omdat de grond waar de kiosk op zou worden uitgebreid niet in eigendom, pacht of huur van [wederpartij] is, geen beoordeling.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2012 in zaak nr. 12/1718;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Van Driel
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013

Terug naar het overzicht

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit