17-10-15Giethoorn, beschermd dorpsgezicht

Giethoorn, beschermd dorpsgezicht
Rechtbank Overijssel, uitspraak 12-10-2015, publicatie 13-10-2015
Een welstandsadvies mag de bouwmogelijkheden van een bestemmingsplan niet onmogelijk maken: het bestemmingsplan gaat voor. Ook bij een afwijking van het bestemmingsplan mag het welstandsadvies de planologische mogelijkheden niet frustreren. Maar indien wordt afgeweken van een beschermend bestemmingsplan voor een beschermd stads- of dorpsgezicht is dat anders, meent de Rechtbank Overijssel. De welstands- en monumentencommissie moet wel degelijk beoordelen of het bouwplan, dat mogelijk gemaakt wordt door af te wijken van het bestemmingsplan, de erfgoedwaarden die bescherming genieten niet in gevaar brengen. (overweging 7.4)

Instantie:     Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak:     12-10-2015

Datum publicatie:     13-10-2015

Zaaknummer:     AK_ZWO_14_1750

Rechtsgebieden:     Bestuursrecht

Bijzondere kenmerken:     Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

    Het college van B&W van Steenwijkerland moet een nieuw besluit nemen over een loswal in Giethoorn. De rechtbank Overijssel oordeelt dat een aantal omwonenden gelijk heeft in een deel van hun beroepen.

    Er is niet afdoende onderzocht of het afwijken van de beheersverordening afbreuk doet aan het beschermd stads- en dorpsgezicht, dat de vergunde situatie resulteert in een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning vlakbij de loswal en dat de vergunde situatie resulteert in een verkeersonveilige situatie.

Vindplaatsen

    Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 14/1750, 14/1791, 14/1847, 14/1871 en 14/1948

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

1 [eisers 1] , wonende te Giethoorn, eisers 1,

gemachtigde: mr. O.V. Wilkens,

2. [eisers 2], wonende te Giethoorn, eisers 2,

3. Vereniging Dorpsbelangen ’t Gieters Belang, gevestigd te Giethoorn, eiseres 3,

4. [eisers 4], wonende te Giethoorn, eisers 4,

gemachtigde: mr. A.M.H. Dellaert.

5. [eisers 5] , eisers 5,

gemachtigde: [naam 3] , wonende te Den Haag.

en

het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Steenwijkerland, vergunninghoudster.

Procesverloop
Bij besluit van 12 juni 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de gemeente Steenwijkerland een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een parkeerterrein met een verharde draaicirkel, het verwijderen van de bestaande singel, het aanplanten van nieuwe beplanting en het opnieuw inrichten van het terrein (bomen, struiken en speelveld) op de locatie Kerkweg parkeerplaats nabij [nummer] te Giethoorn, kadastraal bekend Brederwiede [kadastrale gegevens] (hierna: het project).
Hiertegen hebben eisers 1 bij brief van 10 juli 2014 beroep ingesteld. Eisers 2 hebben bij brief van 17 juli 2014 beroep ingesteld. Eiseres 3 heeft bij brief van 21 juli 2014 beroep ingesteld. Eisers 4 hebben bij brief van 21 juli 2014 beroep ingesteld. Bij brief van 27 juli 2014 hebben eisers 5 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
In de beroepschriften van eisers, voor wat betreft het aspect ‘geluid’, heeft de rechtbank aanleiding gezien de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (hierna: de StAB) als deskundige te benoemen.
De StAB heeft op 29 mei 2015 verslag uitgebracht als bedoeld in artikel 8:47 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In dit verslag zijn de reacties van eisers en verweerder op het conceptadvies verwerkt.
Verweerder heeft bij fax van 3 september 2015 een nadere reactie gegeven op dit StAB-advies.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2015. Eisers 1 zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en door ir. D.J. Suverkropp, werkzaam bij Peutz B.V. Eisers 2 zijn verschenen. Eiseres 3 heeft zich laten vertegenwoordigen door K.H.P. van der Linde, secretaris, en E.M. van der Knoop, penningmeester. Eisers 4 zijn verschenen in de persoon van [eisers 4] . Eisers 5 hebben zich laten vertegenwoordigen door [naam 4] en hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door E.S. Fijma en M.J.M. Blankevoort. De gemeente Steenwijkerland heeft zich, in de hoedanigheid van vergunninghoudster, laten vertegenwoordigen door
N.A.M. Oostermeijer.
Bij fax, gedateerd 14 september 2015 en verzonden om 18.38 uur, heeft gemachtigde van eisers 4 een reactie gegeven op voornoemde nadere reactie d.d. 3 september 2015 van verweerder. De rechtbank heeft het stuk van gemachtigde van eisers 4 op 15 september 2015 doorgezonden naar verweerder en vergunninghoudster. Ter zitting bleek dat dit doorgezonden stuk, (nog) niet door verweerder en vergunninghoudster was ontvangen. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting meegedeeld dat hij zich overvallen voelt en dat hij niet in staat is inhoudelijk op dit stuk te reageren. De rechtbank heeft vervolgens geweigerd dit stuk toe te laten tot het geding. De rechtbank heeft daarom dit stuk teruggestuurd naar gemachtigde van eisers 4.
Overwegingen
(…)

7. Eisers hebben voor een groot deel gelijkluidende dan wel elkaar overlappende beroepsgronden ingebracht. De rechtbank zal deze beroepsgronden zo veel mogelijk samenvatten en gezamenlijk bespreken.
Bij bespreking van de afzonderlijke beroepsgronden zal de rechtbank in het midden laten of het relativiteitsvereiste aan één of meerdere eisers kan worden tegengeworpen.
De rechtbank zal zich verder beperken tot de beroepsgronden die relevant zijn voor de oordeelsvorming.
(…)

7.4.
Eisers 1, eiseres 3 en eiser 4 stellen dat verweerder het positieve advies van de welstands- en monumentencommissie niet aan zijn besluitvorming ten grondslag had mogen leggen. Ten eerste is dit advies al drie jaren geleden afgegeven. Ten tweede is bij deze advisering geen specifieke aandacht besteed aan het laden en lossen in deze omgeving omdat ten tijde van deze advisering het standpunt werd gehuldigd dat dat gebruik paste in het bestemmingsplan. Eiseres 3 en eiser 4 stellen dat het beschermde karakter van het rijksmonument Kerkweg [nummer] niet voldoende is meegenomen in de besluitvorming. Eisers 5 stellen dat de verleende omgevingsvergunning zich niet verdraagt met het beschermde dorpsgezicht.
7.4.1.
De rechtbank overweegt als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling toetst de welstandscommissie een bouwplan aan de hand van de criteria in de welstandsnota aan redelijke eisen van welstand. Zij heeft zich daarbij in beginsel te richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt dan wel, indien het bouwplan daarvan afwijkt, die waaraan verweerder planologische medewerking wenst te verlenen (onder meer de Afdeling 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2504). Dit betekent dat het ter plaatse geldende bestemmingsplan dan wel de inhoud van een afwijkingsbesluit (meer specifiek: omgevingsvergunning voor afwijken) voor de welstandscommissie in beginsel een gegeven is. De welstandsadvisering mag dan ook hetgeen het bestemmingsplan dan wel het afwijkingsbesluit mogelijk maakt, niet illusoir maken.
Deze jurisprudentie is, naar het oordeel van de rechtbank, niet (onverkort) van toepassing op het afwijken van een bestemmingsplan waarin de beschermde status van een beschermd stads- en dorpsgezicht is neergelegd. Indien een project in overeenstemming is met het bestemmingsplan (en dus in overeenstemming is met de beschermde status) dient de advisering dit bestemmingsplan in beginsel als gegeven te beschouwen. Indien daarentegen een project niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan (waardoor een afwijkingsbesluit is vereist) dient de welstands- en monumentencommissie te bezien of dit afwijkingsbesluit afbreuk doet aan deze beschermde status. Indien daarvan sprake is, dient deze commissie hieromtrent negatief te adviseren. De inhoud van een afwijkingsbesluit is in beginsel voor de welstands- en monumentencommissie dan ook geen gegeven. De rechtbank vindt steun voor dit standpunt in de uitspraak van de Afdeling van 2 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7055.
De locatie waarop het project ziet is gelegen in het beschermd stads- en dorpsgezicht van Giethoorn. Daarom heeft verweerder het project ter advisering voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie.
In casu blijkt uit de stukken (met name pagina’s 8 en 9 van het verweerschrift en gedingstuk 2), nader toegelicht ter zitting, dat de welstands- en monumentencommissie op 25 mei 2010 een advies heeft uitgebracht over een eerder plan. Dit advies was negatief met betrekking tot de monumentale waarden. Deze commissie heeft aangegeven dat er een groenere invulling dient te komen, aangevuld met een meer traditioneel materiaalgebruik. Het plan is aangepast en wederom voorgelegd aan deze commissie. Op 18 maart 2011 is wederom negatief geadviseerd. Dit negatieve advies betrof detailaanpassingen. Een derde (aangepast) plan is aan de welstands- en monumentencommissie voorgelegd. In het advies van 1 april 2011 heeft deze commissie aangegeven dat het plan is aangepast conform de opmerkingen van de commissie en dat dit plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van monumentale waarden en tevens niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Dit (laatste) advies is afgegeven ten behoeve van de omgevingsvergunning d.d. 3 augustus 2012. Deze omgevingsvergunning is door de rechtbank vernietigd omdat, kort samengevat, verweerder niet had onderkend dat het laden en lossen zich niet verdraagt met de bestemming “Verkeersgebied”.
Verweerder heeft geen (nieuw) advies gevraagd ten behoeve van de thans in rechte voorliggende omgevingsvergunning d.d. 12 juni 2014. De rechtbank zal thans beoordelen of verweerder heeft kunnen volstaan met het verwijzen naar de hiervoor aangehaalde eerdere advisering dan wel dat verweerder een nieuw advies van de welstands- en monumentencommissie had moeten vragen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
In casu heeft verweerder het project ter advisering voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie. Ten tijde van de advisering stelde verweerder zich op het standpunt dat het laden en lossen in overeenstemming is met de (gebruiksregels) van het bestemmingsplan. De advisering door de welstands- en monumentencommissie diende zich, voor wat betreft het laden en lossen, te conformeren aan het bestemmingsplan. Het ligt dan ook binnen de lijn der verwachting dat de welstands- en monumentencommissie in haar advisering niet expliciet heeft bezien of het laden en lossen zich verdraagt met de beschermde status, zoals neergelegd in het bestemmingsplan. Door de uitspraak van de rechtbank Oost Nederland van 29 maart 2013 staat vast dat het laden en lossen niet in overeenstemming is met het (toenmalige bestemmingsplan en thans) de beheersverordening, zodat een omgevingsvergunning voor afwijken is vereist. Dit vergt een specifiek advies of, door dit afwijken, al dan niet afbreuk wordt gedaan aan de beschermde status die in de beheersverordening is opgenomen. Dit specifieke advies is evenwel na voornoemde uitspraak van de rechtbank niet gevraagd.
De rechtbank oordeelt dan ook dat niet afdoende is onderzocht of het afwijken van de beheersverordening afbreuk doet aan het beschermd stads- en dorpsgezicht. Dit betreft een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek.
Deze beroepsgrond slaagt.
(…)

8. Samenvattend oordeelt de rechtbank dat verweerder zich ten onrechte bevoegd heeft geacht om af te wijken van de beheersverordening op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3º van de Wabo. Het herstellen van dit formele gebrek middels een bestuurlijke lus is geen optie omdat het bestreden besluit eveneens drie materiële gebreken kent. Dit betreft het oordeel van de rechtbank dat niet afdoende is onderzocht of het afwijken van de beheersverordening afbreuk doet aan het beschermd stads- en dorpsgezicht, het oordeel van de rechtbank dat de vergunde situatie resulteert in een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning Kerkweg [nummer] en het oordeel van de rechtbank dat de vergunde situatie resulteert in een verkeersonveilige situatie. Herstel van het formele gebrek middels een bestuurlijke lus resulteert dan nog steeds in het oordeel dat verweerder in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van zijn afwijkingsbevoegdheid.
Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Verweerder zal een nieuwe beslissing op de aanvraag moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Gelet op de complexiteit van de besluitvorming zal de rechtbank hiervoor geen termijn stellen.
Met betrekking tot deze nieuw te nemen beslissing op de aanvraag merkt de rechtbank nog het volgende op. Ter zitting zijn de door eisers aangedragen alternatieve locaties voor het realiseren van een loswal aan de orde gekomen. Verweerder heeft die alternatieve locaties tot op heden tegen de achtergrond van de naar zijn mening aanwezige gebruiksmogelijkheden van de in geding zijnde loswal beoordeeld. Gelet op hetgeen in deze uitspraak is overwogen met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden van de in geding zijnde loswal, zoals voorzien in het vergunde project, ligt het in de rede dat verweerder zich bij de nieuw te nemen beslissing op de aanvraag nader beraadt op de genoemde alternatieven.
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt. Voor eisers 1, eisers 2, eiser 4 en eisers 5 is dit € 165,-. Voor eiseres 3 is dit € 328,-.
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand aan eisers 1 vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1). Eiser 4 komt niet in aanmerking voor vergoeding van kosten voor rechtskundige bijstand. De reden daarvoor is ten eerste dat zijn gemachtigde zich pas in een later stadium in deze procedure heeft gevoegd. Het beroepschrift is dan ook door eiser 4 zelf opgesteld. Voorts heeft zijn gemachtigde hem niet bijgestaan ter zitting.
De reiskosten voor het bijwonen van de zitting worden eveneens vergoed. Eisers 1, eisers 2 en eiseres 3: € 35,08. Eiser 4: € 17,54. Eisers 5: €84,-.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover ingediend door [naam 2] , niet-ontvankelijk;
- verklaart de overige beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eisers 1, eisers 2, eiser 4 en eisers 5, telkenmale € 165,-, te vergoeden;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,- aan eiseres 3 te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 1 tot een bedrag van € 1015,08;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 2 tot een bedrag van € 35,08;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres 3 tot een bedrag van € 35,08;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser 4 tot een bedrag van € 17,54;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 5 tot een bedrag van € 84,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzitter, en mr. J.H. Keuzenkamp en mr. R.M. Fieten, leden, in aanwezigheid van mr. A.E.M. Lever, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier voorzitter



Terug naar het overzicht

Nieuwe Publicaties

Onderstaande publicaties zijn zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit: info@ruimtelijkekwaliteit.nl of 020 412 49 64

  • Jaarverslag 2020Jaarverslag 2020

    De Federatie had een bijzonder actief jaar in 2020. De nationale dialoog bouwcultuur. Verhuizing naar Amersfoort. Handreiking adviesstelsel, verkenning bedrijventerreinen. Digitale beeldspraak.

    lees verder

  • Omgevingskwaliteit - investeren in een beter NederlandOmgevingskwaliteit - investeren in een beter Nederland

    De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit formuleerde in april 2021 haar wensenlijst voor de komende kabinetsperiode: investeer in kwaliteit.

    lees verder

  • Kwaliteit van bedrijventerreinenKwaliteit van bedrijventerreinen

    De 3500 bedrijventerreinen in ons land zijn zelden pareltjes van ruimtelijke kwaliteit. Toch werkt één derde van de beroepsbevolking op een bedrijventerrein. Er is momenteel in politiek en samenleving veel aandacht voor een aantrekkelijke leefomgeving, maar over een aantrekkelijke werkomgeving wordt minder gesproken.

    Benodigde investeringen vanwege verduurzaming van de energieproductie, klimaatadaptatie of de transformatie van werken naar wonen en winkelen zijn een kans om de ontwerpkwaliteit van de gebieden en gebouwen te verbeteren.

    lees verder

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit